Uitspraak
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
Maand 1: de minderjarigen hebben gedurende één uur per twee weken (te weten in week 1 en week 3 van die maand) afzonderlijk van elkaar, de ene minderjarige op woensdag en de andere minderjarige op vrijdag, onder begeleiding van de hulpverlening omgang met de vrouw;
Maand 2: de minderjarigen hebben gedurende twee uur per twee weken (te weten in week 1 en week 3 van die maand) afzonderlijk van elkaar, de ene minderjarige op woensdag en de andere minderjarige op vrijdag, onder begeleiding van de hulpverlening omgang met de vrouw;
Maand 3: de minderjarigen hebben elke week gedurende twee uur afzonderlijk van elkaar, te weten de ene minderjarige op woensdag en de andere minderjarige op vrijdag, onder begeleiding van de hulpverlening omgang met de vrouw;
Vanaf maand 4: de minderjarigen hebben (zo mogelijk deels) onder begeleiding van de hulpverlening eenmaal per twee weken (te weten in week 1 en week 3 van die maand) afzonderlijk van elkaar omgang met de vrouw op woensdagmiddag respectievelijke vrijdagmiddag uit school t/m het avondeten en eenmaal per twee weken (te weten in week 2 en week 4 van die maand) (zo mogelijk deels) onder begeleiding van de hulpverlening samen omgang met de vrouw van woensdagmiddag uit school t/m het avondeten.
5.De beslissing
Maand 1: de minderjarigen hebben gedurende één uur per twee weken (te weten in week 1 en week 3 van die maand) afzonderlijk van elkaar, de ene minderjarige op woensdag en de andere minderjarige op vrijdag, onder begeleiding van de hulpverlening omgang met de vrouw;
Maand 2: de minderjarigen hebben gedurende twee uur per twee weken (te weten in week 1 en week 3 van die maand) afzonderlijk van elkaar, de ene minderjarige op woensdag en de andere minderjarige op vrijdag, onder begeleiding van de hulpverlening omgang met de vrouw;
Maand 3: de minderjarigen hebben elke week gedurende twee uur afzonderlijk van elkaar, te weten de ene minderjarige op woensdag en de andere minderjarige op vrijdag, onder begeleiding van de hulpverlening omgang met de vrouw;
Vanaf maand 4: de minderjarigen hebben (zo mogelijk deels) onder begeleiding van de hulpverlening eenmaal per twee weken (te weten in week 1 en week 3 van die maand) afzonderlijk van elkaar omgang met de vrouw op woensdagmiddag respectievelijke vrijdagmiddag uit school t/m het avondeten en eenmaal per twee weken (te weten in week 2 en week 4 van die maand) (zo mogelijk deels) onder begeleiding van de hulpverlening samen omgang met de vrouw van woensdagmiddag uit school t/m het avondeten,