ECLI:NL:RBZWB:2026:3659

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
2 mei 2026
Zaaknummer
C/02/437547 / FA RK 25-3571
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Hopmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie en betalingstermijn door rechtbank Zeeland-West-Brabant

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een rekestprocedure waarin de vrouw verzocht om vaststelling van kinderalimentatie. Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen die bij de vrouw wonen. De man is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.

De vrouw vroeg om een maandelijkse betaling van €129,30 per kind vanaf 1 juli 2025, te voldoen vóór de eerste dag van elke maand. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek niet onredelijk is en wees het toe. Tevens werd het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren gehonoreerd, zodat de beschikking ook geldt tijdens eventuele hoger beroepsprocedures.

De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Hopmans, met griffier mr. de Haard aanwezig. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarvoor een advocaat nodig is. De procedure verliep zonder zitting vanwege het ontbreken van verweer van de man.

Uitkomst: De man moet vanaf 1 juli 2025 maandelijks €129,30 per kind betalen aan de vrouw, steeds vóór de eerste van de maand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/437547 / FA RK 25-3571
Datum uitspraak: 1 april 2026
Beschikking kinderalimentatie
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A.L. Slager uit Goes ,
advocaat voorheen mr. V.J.C. Pieters uit Goes ,
tegen
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats 2] ,
niet verschenen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de vrouw, met producties, ontvangen op 8 juli 2025.
1.2.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
1.3.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.

2.Wat vaststaat

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats] .
2.3.
Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uit.
2.4.
De kinderen wonen bij de vrouw.

3.De beoordeling

Kinderalimentatie [1]
3.1.
De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 129,30 per kind per maand aan kinderalimentatie aan haar betaalt vanaf 1 juli 2025 en te bepalen dat de man dit steeds voor de eerste van de maand betaalt. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit het verzoekschrift volgt niet dat dit onredelijk is.
3.2.
De man moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. De vrouw heeft de kinderalimentatie vanaf het begin van de maand nodig om de kosten van de kinderen in die maand te kunnen betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.3.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat de man vanaf 1 juli 2025 een bedrag van € 129,30 per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. de Haard, griffier op 1 april 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.In de wet wordt dit bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige(n) genoemd.