ECLI:NL:RBZWB:2026:3654

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
2 mei 2026
Zaaknummer
C/02/438027 / FA RK 25-3805
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over gezamenlijk gezag en zorgregeling na intrekking verzoek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak over het gezag en de zorgregeling voor drie minderjarige kinderen van partijen die een relatie hadden gehad. De man had een verzoek ingediend om gezamenlijk gezag te verkrijgen, maar trok dit verzoek later in. Inmiddels waren de ouders in onderling overleg gezamenlijk met het gezag belast.

De rechtbank stelde vast dat de kinderen bij de moeder stonden ingeschreven en dat partijen een zorgregeling hadden overeengekomen waarin de zorg en het contact met de kinderen werden verdeeld over even en oneven weken, inclusief vakanties. De rechtbank achtte deze regeling in het belang van de minderjarigen.

De rechtbank wees het verzoek om gezamenlijk gezag af vanwege de intrekking, maar kende het gewijzigde verzoek toe door de zorgregeling vast te leggen en verklaarde deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hierdoor geldt de regeling direct, ook bij hoger beroep. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek om gezamenlijk gezag afgewezen wegens intrekking, zorgregeling vastgelegd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/438027 / FA RK 25-3805
datum uitspraak: 1 april 2026
beschikking over gezag en zorgregeling
in de zaak van
[de man],
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.C. van den Doel in Zierikzee,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W. van der Sande in Goes,

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 10 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- F9-formilier van mr. Van der Sande van 9 maart 2026 met bijlagen;
- F9-formulier van mr. Van Den Doel van 12 maart 2026 met bijlagen;
- F9-formulier van mr. Van der Sande van 12 maart 2026.
1.2
De zaak is op verzoek van partijen schriftelijk afgedaan.
1.3
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat zij van het verzoek vinden, maar zij hebben daar geen gebruik van gemaakt.

2.De feiten

2.1
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009, hierna: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014, hierna: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2021, hierna: [minderjarige 3] .
2.2
De man heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] erkend.
2.3
De ouders zijn sinds 27 februari 2026 gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen.
2.4
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staan ingeschreven op het adres van de vrouw.

3.De verzoeken en de beoordeling

3.1
De man heeft zijn verzoek om gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen te worden belast ingetrokken. Partijen hebben inmiddels in onderling overleg geregeld dat beide ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen zijn belast. De rechtbank behoeft dit verzoek om die reden niet verder te behandelen en zal het om die reden dan ook afwijzen.
3.2
Bij berichten van hun advocaten van 9 maart 2026 en 12 maart 2026 hebben partijen laten weten dat zij overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn de navolgende zorgregeling overeengekomen:
Even weken
Dag
Bij wie
Wisselmomenten/opmerkingen
Maandag
De vader
Dinsdag
De vader
Wisselmoment 14:00 uur (na school)
Woensdag
De moeder
Donderdag
De moeder
Vrijdag
De vader
Wisselmoment 17:00 uur
Zaterdag
De vader
Zondag
De vader
Oneven weken
Dag
Bij wie
Wisselmomenten/opmerkingen
Maandag
De vader
Dinsdag
De vader
Wisselmoment 14:00 uur (na school)
Woensdag
De moeder
Donderdag
De moeder
Vrijdag
De moeder
Zaterdag
De moeder
Zondag
De moeder
Wisselmoment 17:00 uur
Vakanties
Dag
Bij wie
Wisselmomenten/opmerkingen
voorjaarsvakantie
Reguliere zorgregeling
meivakantie
Reguliere zorgregeling
zomervakanties
Week 1 Regulier
Week 2 t/m 5 te verdelen
Week 6 Regulier
Week 2 t/m 4 worden 2 om 2 verdeeld. Week 2 en 3 aaneengesloten bij de ene ouder, week 4 en 5 aaneengesloten bij de andere ouder. Jaarlijks in overleg te verdelen.
herfstvakantie
Reguliere zorgregeling
kerstvakantie
Reguliere zorgregeling
3.3
De man heeft zijn verzoek conform de tussen partijen bereikte overeenstemming gewijzigd. Beide partijen hebben laten weten geen behoefte (meer) te hebben aan een mondelinge behandeling van de zaak.
3.4
Nu partijen overeenstemming hebben bereikt, zal de rechtbank het gewijzigde verzoek van de man als volgt toewijzen. De rechtbank acht dit ook in het belang van de minderjarigen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.5
De rechtbank verklaart de beslissing ten aanzien van de zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
bepaalt dat de man en de minderjarigen, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar de ene week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en de andere week van zondag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en gedurende een deel van de vakanties, nader in onderling overleg door partijen te regelen, een en ander zoals opgenomen in het door de ouders opgestelde schema, opgenomen in rechtsoverweging 3.2;
4.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 in aanwezigheid van mr. de Bont, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.