ECLI:NL:RBZWB:2026:3648

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447683 HA RK 26-84 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
  • Van Kralingen
  • Kok
  • Breeman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere betrokkenheid als advocaat

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat hij in 2025 als advocaat een werknemer heeft bijgestaan in een geschil tegen de verwerende partij in de hoofdzaak. Dit verzoek is ingediend op grond van mogelijke schending van de onpartijdigheid.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 en Pro 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kamer benadrukt dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn die het tegendeel suggereren, waaronder ook de schijn van partijdigheid.

Gezien de eerdere betrokkenheid van de rechter als advocaat in een procedure tegen de verwerende partij, acht de kamer de schijn van partijdigheid voldoende aannemelijk. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen en wordt bepaald dat de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.

De beslissing is genomen door drie rechters en is onherroepelijk. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de betrokken rechter, de teamvoorzitter en de partijen in de hoofdzaak.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege eerdere betrokkenheid als advocaat, waardoor de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/447683 HA RK 26-84
beslissing van 29 april 2026
in de zaak van
mr. Van der Kind
rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 12044339 AZ VERZ 26-1 van
[persoon]
gemachtigde: mr. P.P.H. Verheijden,
tegen
[bedrijf] B.V.
gemachtigde: mr. A.D. Putker-Blees.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 28 april 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft het volgende aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. Hij heeft in 2025 in de hoedanigheid van advocaat een werknemer bijgestaan in een geschil tegen de verwerende partij in de hoofdzaak.

3.Het wettelijk kader

3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro. Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.De beoordeling

4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien hij in het recente verleden als advocaat betrokken is geweest bij een andere procedure tegen verweerder in de hoofdzaak. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het hem aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 29 april 2026 door mr. Van Kralingen, rechter en voorzitter, en mr. Kok en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze
beslissing mede te ondertekenen.
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.