ECLI:NL:RBZWB:2026:3648
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verschoning
- Van Kralingen
- Kok
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere betrokkenheid als advocaat
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat hij in 2025 als advocaat een werknemer heeft bijgestaan in een geschil tegen de verwerende partij in de hoofdzaak. Dit verzoek is ingediend op grond van mogelijke schending van de onpartijdigheid.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 en Pro 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kamer benadrukt dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn die het tegendeel suggereren, waaronder ook de schijn van partijdigheid.
Gezien de eerdere betrokkenheid van de rechter als advocaat in een procedure tegen de verwerende partij, acht de kamer de schijn van partijdigheid voldoende aannemelijk. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen en wordt bepaald dat de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.
De beslissing is genomen door drie rechters en is onherroepelijk. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de betrokken rechter, de teamvoorzitter en de partijen in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege eerdere betrokkenheid als advocaat, waardoor de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.