Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 7 november 2025 voor een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 13 februari 2026 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van de ingebrekestelling op 16 februari 2026 zijn twee weken verstreken zonder besluit.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming, stelt de rechtbank een termijn van vier maanden na verzending van de uitspraak vast. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442, gebaseerd op de wettelijke staffel voor de eerste 42 dagen overschrijding. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €54 en proceskosten van €467 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 april 2026.