Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar Wajong-uitkeringsaanvraag van 18 november 2024. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 16 juni 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de reden is voor de vertraging en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht van €54 aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt zonder zitting behandeld en de uitspraak is openbaar gemaakt.