ECLI:NL:RBZWB:2026:363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen dwangbevel wegens te late indiening
Bezwaarde heeft zich verzet tegen een dwangbevel dat was uitgevaardigd naar aanleiding van een opgelegde geldboete bij strafbeschikking. Het dwangbevel betrof een bedrag van €166,66 inclusief verhogingen en administratiekosten. Bezwaarde stelde dat hij geen herinneringen van het CJIB had ontvangen, maar erkende dat hij het verzet twee dagen te laat had ingediend.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het dwangbevel op 26 juli 2025 is uitgevaardigd en op 30 juli 2025 persoonlijk aan bezwaarde is betekend door een deurwaarder, wat een geldige betekening is volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzetschrift is op 19 augustus 2025 ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn van twee weken na betekening valt.
Het CJIB heeft namens de Minister betoogd dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege deze te late indiening. De rechtbank heeft dit standpunt gevolgd en bezwaarde niet-ontvankelijk verklaard in het verzet. De beslissing is genomen door de enkelvoudige raadkamer op 20 januari 2026 en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Bezwaarde is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens te late indiening buiten de wettelijke termijn.