ECLI:NL:RBZWB:2026:363

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
RK 25-021627
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4:5 SvArt. 46 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen dwangbevel wegens te late indiening

Bezwaarde heeft zich verzet tegen een dwangbevel dat was uitgevaardigd naar aanleiding van een opgelegde geldboete bij strafbeschikking. Het dwangbevel betrof een bedrag van €166,66 inclusief verhogingen en administratiekosten. Bezwaarde stelde dat hij geen herinneringen van het CJIB had ontvangen, maar erkende dat hij het verzet twee dagen te laat had ingediend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het dwangbevel op 26 juli 2025 is uitgevaardigd en op 30 juli 2025 persoonlijk aan bezwaarde is betekend door een deurwaarder, wat een geldige betekening is volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzetschrift is op 19 augustus 2025 ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn van twee weken na betekening valt.

Het CJIB heeft namens de Minister betoogd dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege deze te late indiening. De rechtbank heeft dit standpunt gevolgd en bezwaarde niet-ontvankelijk verklaard in het verzet. De beslissing is genomen door de enkelvoudige raadkamer op 20 januari 2026 en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Bezwaarde is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens te late indiening buiten de wettelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-021627
datum : 20 januari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzetschrift ex artikel 6:4:5 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv) van:
[bezwaarde],
geboren op [datum] 2005,
wonende op het [adres],
hierna te noemen: bezwaarde.

1.Procedure

Het verzetschrift is op 19 augustus 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB) heeft op voorhand haar standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 23 december 2025 het verzetschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de bezwaarde en mevr. [naam] van het CJIB in raadkamer gehoord.

2.Inhoud van het verzetschrift

Bezwaarde heeft zich verzet tegen het nemen van verhaal door afgifte van een dwangbevel inzake de bij strafbeschikking van 15 november 2024 opgelegde geldboete, vermeerderd met de verhogingen wegens het niet voldoen van de geldboete en de administratiekosten. Het dwangbevel is op 26 juli 2025 afgegeven voor een totaalbedrag van € 166,66. Bezwaarde stelt in zijn verzetschrift dat hij geen herinneringen van het CJIB heeft ontvangen.
In raadkamer geeft bezwaarde aan dat hij zich wel kan herinneren dat er een deurwaarder bij hem langs is geweest die het dwangbevel aan hem heeft overhandigd en dat hij heeft gezien dat hij twee dagen te laat zijn verzet via de mail aan de rechtbank heeft toegezonden.

3.Standpunt van het CJIB

De medewerker van het CJIB heeft namens de Minister in raadkamer aangevoerd dat bezwaarde niet-ontvankelijk is in het verzet, omdat het verzetschrift niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel is ingediend en daarom te laat is ingediend.

4.Beoordeling

Het verzetschrift dient conform artikel 6:4:5, derde lid, Sv te worden ingesteld bij deze rechtbank binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Volgens het exploot is het dwangbevel op 26 juli 2025 uitgevaardigd en op 30 juli 2025 door de deurwaarder in persoon aan bezwaarde betekend. Dit is een geldige betekening conform artikel 46, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzetschrift is gedateerd 19 augustus 2025 en is op diezelfde datum bij de rechtbank binnengekomen.
De rechtbank stelt vast dat bezwaarde niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel verzet heeft ingesteld. De rechtbank zal daarom bezwaarde, zoals reeds is gemeld ter terechtzitting van 23 december 2025, niet-ontvankelijk verklaren in het verzet.

5.Beslissing

De rechtbank
verklaart bezwaarde niet-ontvankelijk in het verzet.
Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.