Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een Ziektewetuitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden ondanks ingebrekestelling op 6 februari 2026.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een grote vraag naar sociaal-medische beoordelingen en achterstanden, waardoor het niet kon voldoen aan de termijn. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog te beslissen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. De reeds opgelopen dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.