Partijen zijn ex-echtgenoten met drie minderjarige kinderen, gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. Na hun echtscheiding in 2020 was een zorgregeling overeengekomen, die in 2021 werd aangepast met extra overnachtingen bij de vader. In augustus 2025 wijzigde de moeder de zorgregeling eenzijdig zonder instemming van de vader.
De vader verzocht de rechtbank om de zorgregeling te wijzigen naar een week-om-week regeling met wisseldag op maandag, en om een bijdrage in de studiekosten van de oudste dochter. De moeder verzocht de rechtbank de vader een bijdrage te laten betalen voor de dansopleiding van de oudste dochter en de kosten van de kinderen conform het ouderschapsplan.
De rechtbank constateerde een relevante wijziging van omstandigheden, met name door de dansopleiding van de oudste dochter en het feit dat de moeder de zorgregeling eenzijdig had aangepast. De rechtbank oordeelde dat de regeling voor de twee jongste kinderen grotendeels ongewijzigd moest blijven, omdat deze goed verliep en in het belang van de kinderen was. Voor de oudste dochter werd de zorgregeling aangepast conform haar wens en belangen.
De rechtbank wees het verzoek tot bijdrage in de studiekosten af wegens gebrek aan juridische grondslag, maar benadrukte dat partijen zich aan het ouderschapsplan moeten houden. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten werden gecompenseerd.