ECLI:NL:RBZWB:2026:3574
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar individuele inkomenstoeslag wegens te late indiening
Eiseres diende bezwaar in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om haar aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag af te wijzen. Het bezwaar werd echter pas na de wettelijke termijn van zes weken ingediend, waardoor het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het bezwaar te laat was ingediend en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Hoewel eiseres cognitieve problemen heeft, acht de rechtbank deze niet zodanig dat zij niet tijdig op brieven van het college kon reageren. Bovendien had zij hulp kunnen inschakelen.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiseres vanwege haar vermogen, waaronder een woning in het buitenland met een waarde boven de vermogensgrens, geen recht had op de individuele inkomenstoeslag, ook als het bezwaar tijdig was ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van het college blijft staan. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het bezwaar en onvoldoende verschoonbaarheid.