Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3556

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
11653833 \ MB VERZ 25-270
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding buiten bebouwde kom ongegrond verklaard

Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 14 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de sanctie was opgelegd door een onbevoegde persoon, aangezien de verbalisant werd aangeduid als 'Medewerk(st)er Zonder Rang' en er geen bewijs was van diens bekwaamheid voor het bedienen van de meetapparatuur.

De kantonrechter overwoog dat volgens vaste rechtspraak de bevoegdheid van de ambtenaar het uitgangspunt is en dat de enkele betwisting daarvan onvoldoende is om aan te nemen dat de verbalisant onbevoegd was. Ook het ontbreken van certificaten leidt niet tot gerede twijfel over de bekwaamheid. Uit het proces-verbaal bleek dat de verbalisant een buitengewoon opsporingsambtenaar was.

Daarnaast werd het beroep verworpen wegens het ontbreken van overschrijding van de redelijke termijn. De boete werd op 17 maart 2024 kenbaar gemaakt en de zitting vond plaats op 9 maart 2026, binnen de toegestane termijn van twee jaar.

De kantonrechter wees het beroep af en wees het verzoek om proceskostenvergoeding eveneens af. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 9 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11653833 \ MB VERZ 25-270
CJIB-nummer : [cjib nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 14 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N258 te Hulst op 5 maart 2024 om 12.50 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift aangevoerd dat de sanctie is opgelegd door een onbevoegd persoon. Het is onduidelijk welke functie de persoon had die de meting heeft verricht. In het zaakoverzicht staat bij de rangomschrijving ‘Medewerk(st)er Zonder Rang’. Het is onduidelijk of deze persoon een opsporingsambtenaar is en tot welk domein hij/zij is beëdigd. Betrokkene stelt dat deze gegevens voldoende aanleiding vormen om aan te nemen dat de beschikking door een onbevoegde instantie is opgelegd. Immers kan een medewerk(st)er zonder rang geen sancties opleggen, nu niet duidelijk is welke functie hij/zij uitoefent. Daarnaast stelt de instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (‘Instructie’) nadere eisen omtrent de bediening van meetapparatuur. Zo bepaalt de Instructie onder meer dat de bedienaar van de meetapparatuur dient te zijn opgeleid. De certificaten van de medewerk(st)er zonder rang zijn nergens te vinden. Onder de voorgaande omstandigheden ligt het op de weg van de officier om via zijn kanalen informatie te verstrekken omtrent de vraag of de verbalisant voldoende is opgeleid voor de bediening van de gebruikte radarapparaat. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de bevoegdheid van de verbalisant. Daarnaast is, in tegenstelling tot wat gemachtigde aanvoert, geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, nu de sanctiebeschikking voor het eerst aan betrokkene kenbaar is gemaakt op 17 maart 2024.

Overwegingen

Bevoegdheid en bekwaamheid verbalisant
De kantonrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:10797) de bevoegdheid van de ambtenaar het uitgangspunt is. Dit is slechts anders indien wat wordt aangevoerd gerede twijfel doet ontstaan omtrent de bevoegdheid van de ambtenaar. De enkele betwisting van de bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties, is daarvoor onvoldoende. Datzelfde geldt indien slechts wordt gesteld dat bepaalde stukken die betrekking hebben op de bevoegdheid van de ambtenaar niet kunnen worden achterhaald.
Dit geldt ook voor de bekwaamheid van een verbalisant voor de bediening van gebruikte meetapparatuur. De kantonrechter verwijst naar ECLI:NL:GHARL:2021:3244, waar het hof overweegt dat de enkele mededeling dat het (juiste) certificaat ten bewijze van de bekwaamheid van de betrokken ambtenaar voor de bediening van de gebruikte meetapparatuur niet kan worden achterhaald, op zichzelf genomen geen twijfel doet ontstaan omtrent de vereiste bekwaamheid van deze ambtenaar om de meetapparatuur te bedienen.
Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de verbalisant een buitengewoon opsporingsambtenaar is. Wat de gemachtigde heeft aangevoerd geeft de kantonrechter onvoldoende reden om aan de bevoegdheid of de bekwaamheid van de verbalisant voor de bediening van de gebruikte meetapparatuur te twijfelen.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete, oftewel op het moment dat betrokkene kennis neemt van de boete. Omdat de boete is opgelegd op kenteken, kan worden uitgegaan van de dag na de datum van verzending van de boete. Dat was in dit geval op 17 maart 2024. Deze zaak werd op zitting van 9 maart 2026 behandeld. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: