Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3551

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
11829115 \ MB VERZ 25-589
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen verkeersboete wegens overschrijding snelheid buiten bebouwde kom

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een snelheid van 16 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) die de boete oplegde niet bevoegd zou zijn.

De rechtbank stelde vast dat de BOA werkzaam was binnen het domein generieke opsporing en dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan diens bevoegdheid te twijfelen. De enkele betwisting van de bevoegdheid was onvoldoende om de sanctie te matigen of te vernietigen.

Verder werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Betrokkene had de vereiste zekerheidstelling niet betaald, maar vanwege proces-economische redenen werd deze op nihil gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens snelheidsovertreding is ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11829115 \ MB VERZ 25-589
CJIB-nummer : [cjib nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] ( [b.v.] )

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N256 te Kats op 29 september 2024 om 07.11 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de betreffende BOA niet bevoegd is tot het opleggen van de sanctie. De BOA is aangesteld in het domein ‘Generieke opsporing’ blijkens het zaakoverzicht. Niet is in te zien om welke reden de verkeershandhaving is te scharen onder één van de andere boa-domeinen. Daar komt bij dat de specifieke taakomschrijving van de betreffende BOA, die de sanctie heeft opgelegd, niet kenbaar is gemaakt, waardoor niet getoetst kan worden of de BOA handelt binnen zijn takenpakket. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt primair de zaak aan te houden voor het stellen van zekerheid. Subsidiair verzoekt de zittingsvertegenwoordiger het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is aangevoerd dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de bevoegdheid van de verbalisant. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de verbalisant ten tijde van de gedraging beschikte over opsporingsbevoegdheid binnen het domein generieke opsporing. De zittingsvertegenwoordiger verwijst ter onderbouwing van dit standpunt naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2017:3228.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter geeft betrokkene vanwege proces-economische redenen het voordeel van de twijfel en stelt de te betalen zekerheid op nihil.
Inhoudelijk
De kantonrechter stelt vast dat de sanctie is opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar die werkzaam is binnen het domein generieke opsporing. De enkele betwisting van de bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties, is onvoldoende om te twijfelen aan de bevoegdheid van verbalisant. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat volgens vaste rechtspraak in beginsel mag worden uitgegaan van de bevoegdheid van de verbalisant, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan om daaraan te twijfelen (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2024:1774).
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: