Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[eiser 1] B.V.,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de producties 1 t/m 23 van [eiser 1] en [eiser 2] ,
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 15 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota en verweren pleitnota [gedaagde partij] van [eiser 1] en [eisende partijen] ,
- de kern van de aanvulling – betoogvoering ter zitting van [gedaagde partij] .
2.De zaak in het kort
€ 3.050.000,00. Het voertuig bevond zich tijdens de veiling nog in Duitsland. Het voertuig is vervolgens door Cars Europe in Duitsland opgehaald en bij haar in voorlopige opslag gestald. Op het voertuig is op 16 december 2025 strafrechtelijk beslag gelegd. Dit beslag is op 15 januari 2026 opgeheven. De auto is op 16 januari 2026 uit de opslag van Cars Europe gehaald en getransporteerd naar elders, vermoedelijk het buitenland (VS). Volgens [gedaagde partij] was [eiser 1] niet bevoegd om het voertuig te veilen omdat het voertuig haar eigendom was. Zij heeft op 20 februari 2026 ten laste van [eiser 1] en [eisende partijen] diverse conservatoire verhaalsbeslagen gelegd op grond van een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad, toerekenbare tekortkoming en bestuurdersaansprakelijkheid. De vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] strekken tot opheffing van de conservatoire beslagen. Die vorderingen worden afgewezen. Hierna volgt de onderbouwing van die beslissing.
3.De beoordeling
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)