De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2016 en 2018, die in een gezinshuis verblijven. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er is sprake van een complexe en langdurige vechtscheiding met veel spanningen en conflicten.
Tijdens de zitting op 30 maart 2026, waarbij de ouders, hun advocaten en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren, is gebleken dat ondanks eerdere hulpverlening de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarigen zijn toegenomen. De moeder ervaart veel boosheid en de minderjarigen nemen deze emotie over, wat de situatie zorgelijk maakt. De GI heeft het intensieve hulpverleningstraject MST CAN ingezet, dat zich richt op het verbeteren van het ouderschap en het welzijn van de minderjarigen.
De moeder staat open voor MST CAN, maar verzet zich tegen verlenging van de uithuisplaatsing vanwege praktische bezwaren. De vader steunt de verlenging van de ondertoezichtstelling en vreest het verlies van contact met de kinderen zonder deze maatregel. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk blijven voor de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarigen.
De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 4 april 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 4 juli 2026. De beschikking is direct uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.