Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1951, vanwege zijn psychogeriatrische aandoening, M. Alzheimer. De zitting vond plaats op 30 maart 2026, waarbij betrokkene en zijn casemanager werden gehoord. Betrokkene verzette zich tegen opname en gaf aan tevreden te zijn met de huidige zorg.
De casemanager lichtte toe dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft en dat de thuissituatie problematisch is, mede door agressief gedrag en het ontbreken van passende dagbesteding. Betrokkene herkent zijn echtgenote niet altijd en kan haar zelfs buitenzetten of de politie bellen. Ook is er gevaar doordat betrokkene wil autorijden zonder rijbewijs.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade en gevaar voor veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven dan opname, aangezien medicatie onvoldoende werkt en dagopvang wordt geweigerd. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend, met als doel het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.