Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3527

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/02/446073 / FA RK 26-1347
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg en medische handelingen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 2000, voor de duur van twaalf maanden. Het verzoek tot zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en betrof verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en verslavingsstoornissen. Deze aandoeningen veroorzaken ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie. Betrokkene vertoont onhandelbaar en seksueel grensoverschrijdend gedrag, wat heeft geleid tot overplaatsing binnen de GGZ-instelling.

De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziektebesef en weigering van zorg door betrokkene. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen zorg omvat medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, lichamelijk onderzoek, controle op middelengebruik, opname en medische handelingen, waaronder een coloscopie vanwege anaal bloedverlies.

De rechtbank acht de toegewezen maatregelen evenredig en effectief, en ziet geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging geldt tot en met 30 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden inclusief verplichte medische handelingen zoals een coloscopie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446073 / FA RK 26-1347
Datum uitspraak: 30 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , Slowakije,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • de heer [persoon] , behandelaar.
1.3.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling staat betrokkene op en loopt de ruimte uit. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank aldus vast dat betrokkene niet gehoord wilde worden. Betrokkene was via de advocaat op de hoogte van de mondelinge behandeling. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling buiten de aanwezigheid van betrokkene voortgezet. De advocaat en behandelaar hebben hiertegen geen bezwaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 20 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
De behandelaar brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene probeert van de drugs af te komen. Op dit moment gebruikt betrokkene geen drugs en geen medicatie en dan ziet de behandelaar dat de psychose toenemend is. Momenteel wordt de afweging gemaakt of betrokkene noodmedicatie toegediend dient te krijgen. Indien in de zorgmachtiging kan worden opgenomen dat betrokkene onderzocht kan worden middels een coloscopie, dan heeft de behandelaar een extra optie achter de hand indien betrokkene hier niet vrijwillig aan mee wenst te werken. Betrokkene heeft op dit moment namelijk anaal bloedverlies en hiervoor is het wenselijk dat hij een coloscopie krijgt om darmkanker uit te sluiten.
4.2.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene. Betrokkene is van mening dat een zorgmachtiging niet nodig is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene vanuit zijn psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door middelengebruik onhandelbaar en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag vertoont, waardoor hij onder andere zijn eerdere woonplek is verloren. Gedurende de opname bij GGZ vertoont betrokkene ontwrichtend en seksueel grensoverschrijdend gedrag richting vrouwelijke medewerkers, ten gevolge waarvan hij is overgeplaatst naar de HIC. Betrokkene heeft veel aansturing nodig, is snel geagiteerd waarbij tevens sprake kan zijn van agressie en suïcidaliteit.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene wenst geen zorg en geen opname. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.1.
In aanvulling op de verzochte vormen van verplichte zorg zal de rechtbank naar aanleiding van wat tijdens de zitting is besproken ‘’het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening’’ als vorm van verplichte zorg toewijzen, zodat betrokkene onderzocht kan worden. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met analoge toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro toewijzen.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , Slowakije, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 maart 2027;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.