De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 2000, voor de duur van twaalf maanden. Het verzoek tot zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en betrof verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en verslavingsstoornissen. Deze aandoeningen veroorzaken ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie. Betrokkene vertoont onhandelbaar en seksueel grensoverschrijdend gedrag, wat heeft geleid tot overplaatsing binnen de GGZ-instelling.
De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziektebesef en weigering van zorg door betrokkene. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen zorg omvat medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, lichamelijk onderzoek, controle op middelengebruik, opname en medische handelingen, waaronder een coloscopie vanwege anaal bloedverlies.
De rechtbank acht de toegewezen maatregelen evenredig en effectief, en ziet geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging geldt tot en met 30 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.