ECLI:NL:RBZWB:2026:3501
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde en aanslag OZB wegens onvoldoende vergelijkbaarheid referentiewoningen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €523.000, na bezwaar verlaagd naar €502.000. De rechtbank beoordeelde of deze waardering te hoog was.
De woning betreft een vrijstaande woning uit 1917 met een woonoppervlakte van 273 m² en een kavel van 1.230 m². De heffingsambtenaar gebruikte een taxatiematrix gebaseerd op vier referentiewoningen, waarvan de rechtbank twee woningen niet vergelijkbaar achtte vanwege verschillen in bouwjaar, grootte en uitstraling. De heffingsambtenaar slaagde er daardoor niet in de WOZ-waarde voldoende te onderbouwen.
Belanghebbende stelde een lagere waarde van €297.000 voor, maar kon dit niet aannemelijk maken met bewijsstukken. De rechtbank stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €455.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde en aanslag OZB worden verminderd tot €455.000 wegens onvoldoende onderbouwing van de heffingsambtenaar.