ECLI:NL:RBZWB:2026:3500
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing vergelijkingsmethode
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €610.000. Na bezwaar werd deze waarde verlaagd naar €580.000, maar belanghebbende vond dit nog te hoog en ging in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gebruikte referentiewoningen vergelijkbaar waren en dat er voldoende rekening was gehouden met verschillen in oppervlakten. Belanghebbende stelde dat de oppervlakten onjuist waren gehanteerd, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. Nieuwe beroepsgronden werden als te laat verworpen.
Omdat geen van beide partijen het bewijs kon leveren, stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €555.000. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen, maar proceskosten en griffierecht werden aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €555.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd.