Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3495

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
02-404028-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing voortzetting ISD-maatregel wegens noodzakelijkheid en stabilisatie veroordeelde

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 mei 2026 een tussentijdse beoordeling gedaan van de ISD-maatregel die aan de veroordeelde is opgelegd op 17 april 2025 voor de duur van twee jaar.

Tijdens de zitting van 22 april 2026 zijn de officier van justitie, de veroordeelde en een deskundige senior casemanager gehoord. De evaluatierapportage van 2 april 2026 adviseert voortzetting van de maatregel, mede omdat de veroordeelde geen probleembesef toont en stabiel functioneert dankzij medicatie. Hij is aangemeld voor een forensisch psychiatrische kliniek, maar de plaatsing verloopt moeizaam.

De verdediging verzocht om beëindiging van de maatregel, stellende dat verdere voortzetting niet zinvol is en geen onveiligheid meer te verwachten valt. De rechtbank oordeelt echter dat beëindiging zal leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. Voortzetting is zinvol vanwege de klinische begeleiding en het medicatiegebruik.

De rechtbank concludeert dat er geen omstandigheden zijn die een voortijdige beëindiging rechtvaardigen en beslist tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Uitkomst: De rechtbank beslist tot voortzetting van de ISD-maatregel wegens noodzakelijkheid en stabilisatie van de veroordeelde.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-404028-24
Beslissing tussentijdse beoordeling ISD-maatregel van 6 mei 2026
Aan veroordeelde
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] (Duitsland),
nu gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [plaats] ,
is de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opgelegd.

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- het vonnis van deze rechtbank van 17 april 2025, waarbij aan veroordeelde de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van 2 jaar;
- het verzoek van de verdediging van 9 februari 2026 tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel;
- de evaluatierapportage ISD van 2 april 2026, opgesteld door [senior casemanager] , senior casemanager bij de penitentiaire inrichting in [plaats] , over het verloop van de ISD en inhoudende het advies tot voortzetting van de ISD-maatregel.

2.De procesgang

Tijdens het onderzoek ter zitting van de rechtbank van 22 april 2026 is de officier van justitie, mr. M. Poirters, gehoord. Daarnaast is veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.W. Bouwman, advocaat in Groningen. Verder is als deskundige [senior casemanager] gehoord.

3.De evaluatierapportage

In de evaluatierapportage wordt geadviseerd tot voortzetting van de ISD-maatregel die op 12 juli 2025 is ingegaan. Op 29 januari 2026 is veroordeelde geplaatst op de afdeling ISD-PPC, omdat veroordeelde meer zorg en aandacht nodig heeft dan op de reguliere afdeling kan worden geboden. Daarbij valt op dat veroordeelde geen blijk geeft van probleembesef of -inzicht; hij geeft aan kerngezond te zijn. Veroordeelde is inmiddels aangemeld voor een forensisch psychiatrische kliniek. Welke kliniek dit gaat worden, is nog niet bekend. Veroordeelde is gebaat bij heldere kaders, een duidelijke structuur en gerichte behandeling voor zijn problematiek. Het voornaamste doel is om hem vanuit een klinische en veilige setting in kleine stappen te begeleiden naar een beschermde woonvorm. Als de ISD-maatregel nu zou worden opgeheven, heeft veroordeelde geen vervolgplek en vallen alle kaders weg waardoor de kans op destabilisatie en recidive aannemelijk is.
Ter zitting heeft de deskundige zijn advies bevestigd en daaraan nog het volgende toegevoegd. Veroordeelde is ingesteld op medicatie waardoor hij nu stabiel functioneert en klaar is voor plaatsing in een kliniek. Veroordeelde is eerst aangemeld voor [zorginstelling 1] maar daar is hij niet geaccepteerd. Nu is veroordeelde aangemeld voor [zorginstelling 2] . Het is nog niet duidelijk of veroordeelde daar zal worden geaccepteerd.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

5.Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de ISD-maatregel te beëindigen. Beëindiging van de maatregel zal niet (meer) leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. Daarnaast is verdere voortzetting niet langer zinvol wegens een omstandigheid die buiten de macht van veroordeelde ligt. Veroordeelde zit al langdurig in de intramurale fase. Het ISD-traject komt niet van de grond.

6.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank moet beoordelen of voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is. De ISD strekt tot beveiliging van de maatschappij en beëindiging van recidive. Allereerst moet worden vastgesteld of beëindiging van de ISD-maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, overlast en/of verloedering van het publieke domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.
De rechtbank acht voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk. Gelet op de evaluatierapportage en de toelichting daarop ter zitting door de deskundige, zal beëindiging van de ISD-maatregel leiden tot onveiligheid, overlast en/of verloedering. Hoewel veroordeelde aangeeft dat hij geen zin meer heeft in criminaliteit, kan de rechtbank hier niet zonder meer van uitgaan, mede gelet op het feit dat veroordeelde nu al voor de derde keer in een ISD is geplaatst. Daarnaast blijkt voorzetting van de ISD-maatregel zinvol, omdat veroordeelde inmiddels is ingesteld op medicatie waardoor hij stabiel functioneert en klaar is voor plaatsing in een kliniek. Het is van belang om veroordeelde vanuit een klinische en veilige setting in kleine stappen te begeleiden naar een beschermde woonvorm. Dat de plaatsing in een kliniek niet zo voortvarend verloopt als gewenst, maakt de voortzetting van de ISD-maatregel niet minder zinvol. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er op dit moment geen omstandigheden zijn die het voortijdig beëindigen van de ISD-maatregel rechtvaardigen en dat het noodzakelijk is dat deze maatregel wordt voortgezet.

7.De beslissing

De rechtbank
- beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is vereist.
Deze beslissing is gegeven door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, en mr. L.W. Boogert en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 6 mei 2026.