De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1977, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen met katatonie. Betrokkene verblijft reeds op basis van een crisismaatregel bij een zorginstelling.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het redelijk ging, maar dat het na een behandeling voor katatonie soms slechter gaat. De verpleegkundig specialist lichtte toe dat betrokkene een fragiel psychotisch en katatoon beeld vertoont en momenteel vrijwillig ECT-behandelingen ondergaat, hoewel zij hiervoor eerder ambivalent was. De medicatie wordt geleidelijk afgebouwd. De zorgmachtiging dient als vangnet bij verslechtering.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege gebrek aan ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank verleende de machtiging voor zes maanden voor medicatie, medische controles en andere medische handelingen, en voor drie maanden voor het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.
De toegewezen zorgvormen zijn evenredig en effectief, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot cassatie.