Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3442

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
C/02/446409 / FA RK 26-1535
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens paranoïde psychotisch toestandsbeeld

Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel bij een zorginstelling na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene stelt dat zij niet psychotisch is en dat opname niet nodig is, terwijl de behandelaar en psychiater wijzen op een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met medicatieweigering en dreigend ernstig nadeel.

Tijdens de zitting bevestigen de behandelaar en psychiater dat betrokkene medicatie gedwongen moet innemen en dat terugkeer naar huis waarschijnlijk leidt tot terugval. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, veroorzaakt door een schizofreniespectrumstoornis.

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel toe voor drie weken en bepaalt dat verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie noodzakelijk zijn. Andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. Betrokkene verzet zich, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is op 27 maart 2026 mondeling gegeven en op 10 april 2026 schriftelijk bevestigd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken en wijst verplichte zorg toe om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446409 / FA RK 26-1535
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Timmermans-Roelands;
- de heer [persoon 1] , psychiater;
- de heer [persoon 2] , zaalarts, aios, (waarnemend) behandelaar;
- mevrouw [persoon 3] , begeleider.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [zorginstelling] te [locatie] . De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 24 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij naar huis wil. Betrokkene is namelijk niet psychotisch. Zij vindt haar opname bij [zorginstelling] niet nodig nu bij haar andere problematiek speelt dan waarvoor zij in behandeling is. Betrokkene stelt dan ook dat zij andere medische zorg nodig heeft, die aan haar tijdens de huidige opname niet wordt verleend.
4.2.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake was van paranoïde wanen voorafgaand aan de opname. Betrokkene weigert de inname van haar medicatie waardoor haar medicatie op dit moment dan ook gedwongen wordt toegediend. Verder geeft de behandelaar aan dat wordt toegewerkt naar ambulante zorg. Op dit moment is het voor betrokkene te vroeg voor een terugkeer naar huis. Bij betrokkene was na haar vorige opname sprake van een terugval. Volgens de behandelaar zal zij bij een terugkeer naar huis naar alle waarschijnlijkheid opnieuw terugvallen in haar paranoïde psychotisch toestandsbeeld.
4.3.
De psychiater vult de behandelaar aan en stelt dat betrokkene deze week medicatie heeft geweigerd. Er is dan ook geen sprake van vrijwilligheid. Een opname voor de duur van twee à drie weken is noodzakelijk, waarbij de duur afhankelijk is van de inname van de medicatie. Verder geeft de psychiater aan dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel als betrokkene terug naar huis keert.
4.4.
De advocaat verzoekt namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is het niet eens met haar diagnose en zij betwist dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Subsidiair verzoekt de advocaat bij toewijzing van het verzoek niet alle verzochte vormen van verplichte zorg toe te wijzen. De advocaat verzoekt de zorgvorm ‘het toedienen van medicatie’ af te wijzen, nu betrokkene haar medicatie niet weigert. Wat betreft de zorgvormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene sinds langere tijd sprake is van een paranoïde psychotisch toestandsbeeld, waarbij zij zich terugtrekt in haar woning en schuw is ten aanzien van sociaal contact. Betrokkene is ervan overtuigd dat zij wordt afgeluisterd door haar buurman en dat haar buurman elektriciteit steelt. Betrokkene heeft twee keer met een hamer op de deur van de buurman geslagen. Verder is betrokkene ervan overtuigd dat zij geluiden uit haar meterkast hoort. Zij heeft vervolgens de draden in de meterkast kapot geknipt.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene heeft geen ziektebesef en zij ziet de ernst van haar toestand of de noodzaak van de behandeling niet in. Er is geen enkele medewerking van betrokkene.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
17 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.