De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 maart 2026 een machtiging verleend voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2009. De machtiging geldt voor de duur van drie maanden, van 6 april 2026 tot 6 juli 2026. Dit besluit volgt op een eerdere voorwaardelijke machtiging die in oktober 2025 werd verleend en later in december 2025 werd omgezet in een reguliere machtiging.
De minderjarige verblijft sinds december 2025 in een gesloten zorginstelling vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, waaronder impulsief gedrag, middelengebruik en het niet naleven van voorwaarden tijdens verlof. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag en stemmen in met het verzoek tot verlenging van de gesloten jeugdhulp. De gedragswetenschapper en zorgorganisatie ondersteunen het verzoek, waarbij het belang van een stabiele behandelrelatie en zinvolle daginvulling wordt benadrukt.
De minderjarige zelf is het niet eens met het verzoek en ervaart het verblijf als straf, maar erkent zijn gedragsproblemen en is bereid tot behandeling. De kinderrechter concludeert dat de wettelijke criteria van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet zijn vervuld en dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om de veiligheid te waarborgen en de ontwikkeling van de minderjarige te bevorderen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven en de ouders zijn momenteel overbelast. De machtiging wordt daarom verleend met het oog op een toekomstig perspectief van terugkeer naar huis.