De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen te verlengen voor een periode van negen maanden, tot 3 januari 2027. De maatregel is noodzakelijk omdat de ontwikkeling van de minderjarigen nog steeds ernstig wordt bedreigd door gedragsproblematiek en een verstoorde gezinssituatie.
De minderjarige met gedragsproblemen verblijft momenteel in een 24-uurs jeugdhulpvoorziening en wordt overgeplaatst naar een gezinshuis. De andere minderjarige verblijft voorlopig bij de vader, met wie een aangepaste contactregeling met de moeder is overeengekomen. De verstandhouding tussen de ouders is moeizaam en belastend voor de kinderen.
De gecertificeerde instelling en beide ouders stemmen in met de verlenging. De kinderrechter benadrukt het belang van voortzetting van de hulpverlening binnen een gedwongen kader om verdere escalatie te voorkomen. Tevens wordt gewezen op het belang van een duidelijk borgingsplan voor een warme overdracht naar vrijwillige hulpverlening na afloop van de ondertoezichtstelling.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de hulpverlening te waarborgen, ondanks de mogelijkheid tot hoger beroep.