Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de echtgenote van betrokkene;
- mevrouw [persoon] , specialist ouderengeneeskundige.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die lijdt aan frontotemporale dementie en verblijft in een zorgaccommodatie. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, evenals zijn echtgenote en een specialist ouderengeneeskunde. De zoon was aanwezig maar niet gehoord.
Betrokkene gaf aan het naar zijn zin te hebben in de accommodatie en was rustig en vriendelijk. De specialist bevestigde dat er geen sprake was van verzet en dat betrokkene de zorg accepteert, ondanks een onrustige nacht. De thuissituatie was onhoudbaar geworden vanwege agressie en ontremming. De advocaat van betrokkene voerde aan dat het verzoek afgewezen moest worden omdat het verzetscriterium niet was vervuld.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van verzet betekent dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een rechterlijke machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Om die reden wees de rechtbank het verzoek af. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van verzet door betrokkene.