Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3426

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
C/02/446407 / FA RK 26-1533
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens suïcidale psychische stoornis

Betrokkene verblijft sinds 24 maart 2026 onder een crisismaatregel in een gespecialiseerde accommodatie. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege het ernstige risico op levensgevaar door suïcidale gedachten. Betrokkene geeft aan het beter te gaan en wil vrijwillig verblijven, maar is moeilijk benaderbaar en weigert opname.

De psychiater en casemanager bevestigen de ernst van de situatie, waarbij contact met betrokkene lastig is en zijn denken vertraagd. Er is een verhoogd risico op suïcide, mede door depressieve en persoonlijkheidsstoornissen. De rechtbank oordeelt dat het ernstig nadeel niet kan worden afgewacht en dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder medische controles, bewegingsbeperkingen en opname.

De rechtbank wijst het toedienen van vocht, voeding en insluiting af omdat deze niet noodzakelijk zijn. Betrokkene is niet wilsbekwaam en laat geen woonbegeleiding toe, waardoor minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt verleend tot en met 17 april 2026, met het oog op veiligheid en bevordering van maatschappelijke deelname.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken wegens levensgevaar door suïcidale psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446407 / FA RK 26-1533
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende aan [adres] ,
nu verblijvende in de [accommodatie] , [locatie] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden in de hierboven genoemde accommodatie op 27 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater;
  • mevrouw [persoon 2] , casemanager FACT is digitaal gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Moerdijk heeft de crisismaatregel op 24 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat het een klein beetje beter met hem gaat. Het medicatiegebruik moet worden voortgezet. De moeder van betrokkene is een jaar geleden overleden.
4.2.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat het lastig is om zicht te krijgen op de suïcidale gedachten van betrokkene. Het lukt niet om in contact met hem te komen. Ook lukt het niet om het gesprek met betrokkene aan te gaan. De situatie is sinds de crisisopname niet veranderd. De zorgen zijn groot dat betrokkene een poging suïcide doet als er geen zicht op hem is. Afgelopen jaar, rond dezelfde periode, bevond betrokkene zich in eenzelfde situatie. Betrokkene heeft aangegeven niet opgenomen te willen zijn. De zorgvorm insluiten is niet noodzakelijk op de afdeling waar betrokkene verblijft. Indien betrokkene ingesloten wil worden op de IC, omdat het daar prikkelarm is, kan dit op vrijwillige basis gebeuren. De zorgvormen vocht en voeding zijn niet noodzakelijk.
4.3.
De casemanager verklaart dat het altijd lastig is om contact te krijgen met betrokkene, maar dat hij nu nog minder spraakzaam is dan in eerdere periodes. Betrokkene vindt het moeilijk om vragen te beantwoorden. Betrokkene heeft aangegeven dat hij de thuissituatie niet veilig kon houden. Op dat moment wilde hij niet vrijwillig opgenomen worden. Het lukt niet om afspraken met betrokkene te maken.
4.4.
De advocaat voert aan dat hij om afwijzing verzoekt. Betrokkene wil vrijwillig in de accommodatie verblijven. In het gesprek wat betrokkene met de advocaat heeft gevoerd, heeft betrokkene aangegeven dat hij geen andere optie ziet dan verblijven in de accommodatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar.
5.3.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene toenemend suïcidaal is. Daarnaast is het lastig om contact te verkrijgen met betrokkene en is zijn denken vertraagd.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk depressieve stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen en insluiten afwijzen nu, na bespreking ter zitting, niet is gebleken dat deze vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene komt niet tot wilsbekwame gezondheidsbesluiten. Daarnaast laat betrokkene de woonbegeleiding in de thuissituatie niet meer toe. De woonbegeleiding borgt de medicatie inname onder toezicht.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend voor de verzochte duur van drie weken.
5.10.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.