De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1965, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene verblijft momenteel in een GGZ-accommodatie en wil vrijwillig hulpverlening aanvaarden, maar vertoont ernstige symptomen en onrust.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een arts en een psychiater gehoord. Betrokkene gaf aan dat het goed met hem gaat en dat hij onder begeleiding naar buiten mocht, maar de medische verklaringen wezen op recente medicatiestop, desorganisatie, gedragsproblemen en lichamelijke klachten zoals diarree en incontinentie. De psychiater en arts stelden dat verplichte zorg noodzakelijk is vanwege het ernstig nadeel en het ontbreken van vrijwillige zorgacceptatie.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en betrokkene is wilsonbekwaam. Daarom werd de zorgmachtiging verleend voor zes maanden, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.
De beschikking is mondeling gegeven op 27 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 8 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.