Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3399

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
C/02/446149 / FA RK 26-1393
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot opname en verblijf wegens Alzheimer en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1948, die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. De zitting vond plaats op 26 maart 2026, waarbij betrokkene, zijn echtgenote, twee zoons, een casemanager dementie en een wijkverpleegkundige werden gehoord.

Betrokkene ontkent ziek te zijn en verzet zich tegen opname. De casemanager en wijkverpleegkundige bevestigen echter dat betrokkene geheugen- en oriëntatiestoornissen, waangedachten en agressief gedrag vertoont, wat leidt tot gevaarlijke situaties thuis en overbelasting van zijn echtgenote. Ambulante zorg en dagbesteding boden onvoldoende soelaas.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Daarom wordt de machtiging voor zes maanden verleend, ondanks het verzet van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene met Alzheimer voor zes maanden wegens ernstig nadeel en gevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446149 / FA RK 26-1393
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [adres] ,
advocaat mr. E.J.L. Mulderink te Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de echtgenote van betrokkene;
  • twee zoons van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager dementie;
  • [persoon 2] , wijkverpleegkundige.

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene merkt op dat hij niet begrijpt waarom de rechtbank hem bezoekt. Hij mankeert immers niets. Ook beschikt hij nog steeds over een vrachtwagenrijbewijs en rijdt hij honderden kilometers voor zijn werk, zoals kort geleden nog naar Frankrijk om daar spullen op te halen. Hij staat er zelf ook van te kijken dat dit hem nog steeds lukt. Op de vraag van de behandelend rechter of er wel eens conflicten zijn tussen hem en zijn echtgenote antwoordt betrokkene ontkennend, dit kan volgens hem ook niet omdat hij wegens zijn werk erg vaak van huis is. Wanneer de behandelend rechter spreekt over een zorgopname antwoordt betrokkene “het is onzin dat ik thuis weg zou moeten”. Later tijdens de zitting laat hij blijken dat wat er over hem wordt beweerd “flauwekul” is.
3.2.
De casemanager dementie licht toe dat bij betrokkene in 2023 de diagnose Alzheimer is gesteld. Zelf is zij als casemanager gedurende circa een jaar betrokken. Betrokkene kampt met geheugen- en oriëntatie stoornissen en waangedachten. Met name in de avonduren is er sprake van onrust en verwardheid. Ook vertoont hij verbaal en fysiek agressief gedrag naar zijn echtgenote en zoons. Voorts heeft hij moeite met het bedienen van apparaten, waardoor er thuis gevaarlijke situaties ontstaan, zoals wanneer hij het gas aan laat staan. De echtgenote van betrokkene is door de situatie overbelast geraakt. Betrokkene laat blijken zich absoluut niet te herkennen in de zorgen die er over hem zijn bij anderen. Met deze toelichting kan zij achter het verzoek staan.
3.3.
De wijkverpleegkundige onderschrijft de toelichting van de casemanager dementie. Zij voegt daaraan toe dat geprobeerd is om het gedrag van betrokkene met behulp van ambulante zorg en ondersteuning te beteugelen en/of bij te sturen. Echter is dit onvoldoende gebleken om de veiligheid thuis met name van zijn echtgenote te waarborgen. Ook is geprobeerd betrokkene dagbesteding te bieden, maar tevergeefs omdat betrokkene zich daarvoor vanuit zijn beleving dat hij nog volop aan het werk is, niet open stelde.
3.4.
De zoons en de echtgenote van betrokkene merken desgevraagd op zich aan te sluiten bij dat wat door de casemanager dementie en de wijkverpleegkundige naar voren is gebracht.
3.5.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hem uit het voorgesprek is gebleken dat zijn cliënt vindt dat hij niet ziek is. Ook is er volgens zijn cliënt geen sprake van enig (risico op) ernstig nadeel voor hemzelf en/of voor anderen; cliënt begint soms te vloeken, maar daar blijft het bij. Met deze toelichting stelt hij zich namens zijn cliënt op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aan-doening samen met een psychische stoornis, te weten de ziekte van Alzheimer. De enkele ontkenning van betrokkene dat hij ziek is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene wegens geheugen- en oriëntatieproblemen met name in de avonduren kampt met onrust en verwardheid. Ook is er bij hem sprake van waangedachten. Bovendien gaat hij gevaarlijk om met het gas en zijn om die reden extra toezicht en maatregelen noodzakelijk gebleken om de veiligheid binnenshuis voldoende te waarborgen. Betrokkene laat daarnaast verbaal en fysiek agressief gedrag zien naar zijn echtgenote en zoons. Er is daardoor een onhoudbare situatie ontstaan, met als gevolg dat de echtgenote van betrokkene overbelast is geraakt.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
4.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.6.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor de duur van zes maanden als verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.