Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3385

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
25 april 2026
Zaaknummer
C/02/445295 / JE RK 26-297
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 807 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding inhoudelijke behandeling verzoek vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing in complexe jeugdzorgzaak

In deze zaak verzoekt de vader de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) betreffende de verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind te vervallen te verklaren. De GI is niet verschenen op de zitting, ondanks verzoek om een waarnemer te sturen, omdat de vaste jeugdbeschermer wegens medische redenen afwezig was.

De kinderrechter constateert dat de GI correct is opgeroepen en dat haar afwezigheid een belemmering vormt voor een adequate inhoudelijke behandeling. De zaak betreft een complexe casus waarbij de samenwerking tussen de vader en de GI onder druk staat, waardoor de aanwezigheid van de GI op de zitting wenselijk is.

De moeder sluit zich aan bij het standpunt dat de GI aanwezig moet zijn en verzoekt om aanhouding. De kinderrechter besluit daarom de inhoudelijke behandeling aan te houden en stelt een nieuwe zittingsdatum vast, waarbij alle betrokkenen worden opgeroepen. Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De inhoudelijke behandeling van het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing wordt aangehouden vanwege afwezigheid van de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445295 / JE RK 26-297
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. T. Möller uit Tilburg,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 februari 2026.;
  • het bericht met bijlagen van mr. Möller van 6 maart 2026;
  • de brief van de GI van 20 maart 2026;
  • het bericht met bijlage van mr. Möller van 24 maart 2026;
  • het bericht met bijlagen van mr. Möller van 25 maart 2026.
1.2.
Na uitroeping van de zaak op 25 maart 2026 om 15.00 uur zijn verschenen:
- de vader met advocaat mr. I.A.C. Cools, waarnemend voor mr. Möller;
- de moeder.
1.3.
De GI heeft per brief van 20 maart 2026 laten weten dat de vaste jeugdbeschermer vanwege persoonlijke medische redenen niet aanwezig kan zijn bij de zitting. De GI acht het van belang dat deze jeugdbeschermer aanwezig is tijdens de zitting, omdat het gaat om een zeer complexe casus waarbij de samenwerking tussen de vader en de GI enorm onder druk staat. De GI heeft daarom gevraagd om de zitting te verzetten voor de duur van vier weken, omdat de vaste jeugdbeschermer naar verwachting over vier weken wel kan aansluiten bij de zitting. Aan de GI is vervolgens namens de kinderrechter bericht dat het de bedoeling is dat de geplande zitting wel doorgaat, waarbij aan haar is verzocht om een andere vertegenwoordiger te sturen. De GI is vervolgens niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 november 2026.
2.2.
De kinderrechter heeft bij die beschikking ook de machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 18 november 2026.
2.3.
De GI heeft op 4 februari 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de vader betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen:
- U zoekt geen contact meer met [minderjarige] d.m.v. Discord berichten e-mails of appjes richting [minderjarige] .
- Al het contact tussen u en [minderjarige] vindt plaats onder supervisie van een omgangsbegeleider vanuit [zorgverlening] .
- U praat enkel positief of neutraal over moeder, het gezinshuis of de WSS richting [minderjarige] . U houdt uw mening over genomen besluiten voor uzelf.

3.Het verzoek

3.1.
De vader verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het verloop van de zitting

4.1.
Mr. Cools voert aan dat het de verantwoordelijkheid van de GI is om een vervanger te regelen voor de vaste jeugdbeschermer, nu de kinderrechter het verzoek van de GI tot uitstel niet heeft gehonoreerd en er gevraagd is om een waarnemer te sturen. De advocaat van de vader wenst de zaak daarom ondanks afwezigheid van de GI heden inhoudelijk te behandelen.
4.2.
De vader verklaart dat ook hij de zaak vandaag inhoudelijk wil behandelen. De samenwerking met de GI loopt volgens hem niet zoals deze zou moeten zijn.
4.3.
De moeder geeft aan dat het nodig is dat de GI aanwezig is. Zij wenst de zaak daarom vandaag niet inhoudelijk te behandelen en wil een aanhouding, zodat de GI alsnog aanwezig kan zijn.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter stelt vast dat in deze zaak sprake is van een procedure vanuit de vader gericht op een vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van de zijde van de GI. Nu het verzoek zich tegen de GI richt en zij niet ter zitting is verschenen, vormt dit, hoe vervelend ook voor beide ouders en de advocaat van de vader, volgens de kinderrechter een belemmering om de zaak inhoudelijk te behandelen. Met de GI wordt geoordeeld dat de casus complex is en dat de aanwezigheid van de GI op de zitting wenselijk is. De kinderrechter betreurt het dat de vaste jeugdbeschermer vanwege persoonlijke omstandigheden niet op de zitting aanwezig kan zijn en ook dat het de GI kennelijk niet is gelukt om een waarnemer te sturen. Een adequate inhoudelijke behandeling is volgens de kinderrechter alleen dan haalbaar als ook de GI op de zitting is vertegenwoordigd. De inhoudelijke behandeling zal dan ook worden aangehouden.
5.2.
De kinderrechter bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op de hierna in het dictum vermelde datum en tijdstip. Deze dag en tijdstip zijn door de kinderrechter aan de verschenen personen medegedeeld. De vader en zijn advocaat, de moeder en de GI worden verzocht op deze datum en tijdstip aanwezig te zijn.
5.3.
Met inachtneming van het voorgaande komt de tussenbeslissing in deze zaak als volgt te luiden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet ter zitting, met gesloten deuren,
van [datum] 2026 om [uur] bij mr. Toekoen, kinderrechter, van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10, 4815 GW;
6.2.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de vader en zijn advocaat, de moeder en de GI;
6.3.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 8 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [1]

Voetnoten

1.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).