ECLI:NL:RBZWB:2026:3362

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
11892171 RR25-16
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Van Spronssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 139 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 233 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering schadevergoeding tuin door werkzaamheden naastgelegen terrein

In deze civiele bodemzaak eiste eiser een schadevergoeding van €587 wegens schade aan zijn tuin veroorzaakt door werkzaamheden uitgevoerd door gedaagde op het naastgelegen terrein. De werkzaamheden betroffen het verwijderen van begroeiing met een graafmachine in opdracht van Waterschap Brabantse Delta.

Gedaagde verscheen niet in de procedure, waarop verstek werd verleend. De regelrechter stelde vast dat aan alle procedurele vereisten was voldaan, waaronder de correcte betekening van de dagvaarding. De vordering werd niet onrechtmatig of ongegrond bevonden.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van €587 aan eiser, alsmede de proceskosten van €276. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele verzetprocedures.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €587 schadevergoeding en €276 proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11892171 RR25-16
Vonnis van 1 april 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 15 september 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen 1 tot en met 5;
- de aanvulling op het aanvraagformulier van 30 november 2025 met bijlage 6;
- de mondelinge behandeling van 2 maart 2026.
1.2.
[gedaagde] is niet in de procedure verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend (artikel 14 lid 1 Besluit Pro).
1.3.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] eist in deze procedure betaling van € 587,00. Volgens hem is het volgende gebeurd. [gedaagde] verrichtte werkzaamheden in opdracht van Waterschap Brabantse Delta tussen de tuin van [eiser] en [bedrijf] , met als doel om de begroeiing te verwijderen opdat de doorstroming van deze vaart gegarandeerd blijft. Hiervoor werd een graafmachine gebruikt. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden is er schade ontstaan aan de tuin van [eiser] . Herstel van de tuinschade beloopt volgens een ingeschakelde hovenier € 587,56 euro. Waterschap Brabantse Delta heeft op 1 oktober 2024 aansprakelijkheid afgewezen en [eiser] verwezen naar [gedaagde] voor de ontstane schade.
[eiser] krijgt gelijk
2.2.
[gedaagde] is niet verschenen in deze regelrechterzaak. Als de gedaagde in een regelrechterzaak niet rechtsgeldig in het geding verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten zoals genoemd in artikel 8 derde Pro lid, artikel 9 en Pro artikel 11, eerste lid van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter in acht zijn genomen, wordt tegen haar verstek verleend (artikel 14 Tijdelijke Pro besluit experiment regelrechter).
2.3.
De regelrechter is van oordeel dat aan de voorgeschreven termijnen en formaliteiten is voldaan. De regelrechter zal daarom verstek verlenen tegen [gedaagde] . Daarbij merkt de regelrechter op dat de stukken met daarin een uitnodiging voor een zitting die op 16 oktober 2025 aangetekend aan het adres van [gedaagde] zijn verzonden, op 20 oktober 2025 zijn bezorgd en hiervoor namens [gedaagde] is getekend.
2.4.
De verstekverlening leidt ertoe dat de vorderingen ten aanzien van [gedaagde] zullen worden toegewezen, tenzij deze de regelrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen (artikel 139 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering).
2.5.
Gelet op hetgeen [eiser] op het aanvraagformulier met de bijgevoegde stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling heeft aangevoerd komt de regelrechter de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal deze worden toegewezen zoals is gevorderd.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
226,00
- een forfaitair bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten vanwege het verschijnen ter zitting
50,00
Totaal
276,00
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter als regelrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 587,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 276,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.