Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1941, vanwege haar psychogeriatrische aandoening, Alzheimer. Betrokkene woont thuis bij haar man en verzet zich tegen opname, maar de thuissituatie is onhoudbaar geworden door haar gedrag.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 24 maart 2026 werden betrokkene, haar advocaat, de casemanager en haar dochter gehoord. De casemanager gaf aan dat betrokkene vaak onrustig is, ’s nachts dwaalt en boos reageert, waardoor de zorg voor haar partner niet langer vol te houden is. Betrokkene weigert hulp en medicatie heeft onvoldoende effect.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan Alzheimer met ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. Opname en verblijf zijn noodzakelijk omdat 24-uurszorg thuis niet mogelijk is. Minder bezwarende alternatieven ontbreken omdat betrokkene geen hulp accepteert.
De rechterlijke machtiging wordt daarom voor zes maanden toegekend, waarbij het subsidiaire verzoek om beperking tot twee maanden wordt afgewezen. Binnen zes maanden kan worden beoordeeld of terugkeer naar huis verantwoord is. De beschikking is op 24 maart 2026 mondeling gegeven en op 9 april 2026 schriftelijk vastgelegd.