ECLI:NL:RBZWB:2026:3342

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/02/445940 / FA RK 26-1276
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg gedurende twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1974. Betrokkene werd bijgestaan door zijn advocaat en een verpleegkundig-specialist FACT werd gehoord.

Betrokkene betwistte de noodzaak van de zorgmachtiging en gaf aan dat het goed met hem gaat, terwijl de verpleegkundig-specialist en het medisch dossier wezen op een ernstige psychische stoornis met risico op ernstig nadeel bij het staken van medicatie. De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen die ernstig nadeel veroorzaken, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en dat verplichte zorg noodzakelijk is. De toegewezen zorg omvat het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, met de verplichting contact te onderhouden met het ambulante behandelteam. Het gebruik van communicatiemiddelen wordt niet beperkt.

De zorgmachtiging wordt toegekend voor de duur van twaalf maanden. De rechtbank benadrukte het belang van voortdurende communicatie tussen betrokkene en de psychiater over medicatie, met aandacht voor bijwerkingen en mogelijke alternatieven. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in vrijheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445940 / FA RK 26-1276
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • verpleegkundig-specialist FACT, mevrouw [persoon] .

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 2 mei 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Hij heeft werk voor twintig uur per week en dat gaat goed. Betrokkene geeft aan dat een zorgmachtiging niet nodig is en is het niet eens met wat er over hem wordt geschreven. Hij heeft last van de bijwerkingen van de medicatie en wil dit niet langer innemen. Hij verzoekt om afwijzing van de zorgmachtiging.
4.2.
De verpleegkundig-specialist licht toe dat het gebruik van medicatie voortdurend onderwerp van discussie is. Betrokkene is duidelijk: als de zorgmachtiging niet wordt afgegeven, stopt hij met de medicatie. Dit is onverstandig, want zonder medicatie zal er ernstig nadeel optreden. Hij kan psychotisch worden, in financiële problemen raken en conflicten veroorzaken op straat. Er vinden regelmatig gesprekken plaats tussen betrokkene en de psychiater over de medicatie, maar stoppen of afbouwen is niet mogelijk. De huidige medicatie is het middel waarmee betrokkene het beste functioneert. Wel wordt er gekeken hoe de bijwerkingen zo goed mogelijk kunnen worden beperkt. Een zorgmachtiging blijft gelet op het voorgaande noodzakelijk.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan dat er met hem niks aan de hand is. Er is geen aandoening die zorgt voor ernstig nadeel. Het gaat nu goed met hem, en hij is van mening dat de medicatie niet noodzakelijk is. Het is voor betrokkene lastig dat het gesprek over de medicatie met de betrokken hulpverlening voor zijn gevoel niet tot stand komt en hij daarin wordt afgekapt. Betrokkene voelt zich gedurende het traject niet gehoord of serieus genomen door FACT. Namens betrokkene wordt verzocht om afwijzing van het verzoek. Mocht de zorgmachtiging toch worden toegewezen, dan vraagt de advocaat om deze voor een kortere periode toe te kennen, zodat er tijd is voor overleg tussen betrokkene en de psychiater over de medicatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is op grond van de inhoud van de stukken en de zitting van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, bestaande uit neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. In een psychotisch toestandsbeeld verwaarloost betrokkene zichzelf en zijn leefomgeving. Er is dan sprake van verbaal en fysiek agressief gedrag richting derden. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Hij ontkent zijn psychische stoornis en is van mening dat hij onterecht depotmedicatie krijgt. Medicatie is echter noodzakelijk om het toestandsbeeld van betrokkene stabiel te houden. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.6.1.
Gelet op de overgelegde stukken en de zitting wordt onder de verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’, verstaan dat betrokkene contact heeft met zijn ambulante behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
5.9.
Betrokkene heeft tijdens de zitting duidelijk aangegeven dat hij zich niet gehoord voelt over zijn standpunt met betrekking tot de medicatie. Naar het oordeel van de rechtbank is het dan ook uitermate van belang dat de psychiater vanuit het FACT samen met betrokkene (nogmaals) in gesprek gaat en onderzoekt of en zo ja, welke mogelijkheden er zijn ten aanzien van de medicatie, bijvoorbeeld door het onderzoeken van alternatieven en hoe de bijwerkingen die betrokkene ervaart, kunnen worden verminderd. De rechtbank vertrouwt erop dat dit een steeds terugkerend gesprek zal zijn, wat kan bijdragen aan een betere acceptatie van de medicatie-inname.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.