ECLI:NL:RBZWB:2026:3315
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslagen onroerendezaakbelasting, watersysteemheffing en afvalstoffenheffing 2025
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen onroerendezaakbelasting, watersysteemheffing en variabele afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2025 door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2026, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks correcte uitnodiging.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende op 1 januari 2025 eigenaar was van de woning en daarmee belastingplichtig was voor de onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing over het gehele jaar, ondanks dat hij vanaf 14 april 2025 geen eigenaar meer was. Voor de afvalstoffenheffing was belanghebbende terecht aangeslagen voor de periode 1 januari tot 28 oktober 2024, omdat hij gedurende die tijd op het adres stond ingeschreven en gebruik kon maken van de voorzieningen.
De rechtbank concludeerde dat de aanslagen terecht zijn opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan en geanonimiseerd gepubliceerd. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen is ongegrond verklaard en de aanslagen zijn bevestigd.