Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 april 2026 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Bestreden besluit en de getroffen voorlopige voorziening
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om wijziging van de voorlopige voorziening af;
- wijst het verzoek om materiële schadevergoeding af;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan eiseres van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.500,-.