ECLI:NL:RBZWB:2026:3309

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
11859439 \ CV EXPL 25-4256 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • drs. Paijmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand met laatste kans voor huurder

De huurder heeft de huur over de maanden maart, april en mei 2025 niet betaald, wat een huurachterstand van €1.831,11 oplevert. Casade vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, alsmede betaling van de huurachterstand en nevenvorderingen.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de huurder. De huurder is bereid de lopende huur weer te betalen en extra werk te verrichten om de achterstand in te lopen.

Daarom wijst de kantonrechter de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk toe, waarbij de huurder aan voorwaarden moet voldoen zoals tijdige betaling van de huur, contact met de gemeentelijke schuldhulpverlening en aflossing van de achterstand. Bij niet-naleving moet de huurder de woning verlaten.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente worden afgewezen vanwege onvoldoende informatie over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de maandelijkse huur vanaf september 2025, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden en de huurder krijgt een laatste kans om ontruiming te voorkomen door tijdige betaling en contact met schuldhulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11859439 \ CV EXPL 25-4256
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
STICHTING CASADE,
te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand),
eisende partij,
hierna te noemen: Casade,
gemachtigde: M.J.A. Klaassen (Zuyd Groep),
tegen
[huurder],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
[huurder] huurt van Casade een woning. [huurder] heeft de huur over drie maanden niet betaald. De huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter weegt de persoonlijke omstandigheden van [huurder] mee in de afweging van de belangen van partijen. Deze omstandigheden maken dat de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning voorwaardelijk toewijst. Dit betekent dat [huurder] een laatste kans krijgt om ontruiming van de woning te voorkomen. Belangrijk is dat hij de huur op tijd betaalt en dat hij contact onderhoudt met de gemeentelijke schuldhulpverlening en de huurachterstand gaat aflossen. Als hij dat niet doet, zal hij de woning alsnog moeten verlaten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 augustus 2025 met producties,
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 3 september 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het bericht van 27 februari 2026 van Casade,
- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
Op grond van niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde stukken gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten:
Sinds 18 juli 1965 huurt de familie [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde);
Bij aanvang was de vader van [huurder] huurder. In 2019 is [huurder] medehuurder geworden. Na het overlijden van zijn moeder is [huurder] in 2021 hoofdhuurder geworden van het gehuurde;
De huur bedroeg tot en met juni 2025 € 610,37 per maand en vanaf juli 2025
€ 637,30 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd;
Op deze huurovereenkomst zijn ten tijde van het sluiten van de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing verklaard;
[huurder] heeft de huur over de maanden maart, april en mei 2025 niet betaald. Casade heeft [huurder] aangemaand op 7 mei 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen;
Casade heeft [huurder] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Casade vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.831,11 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Casade legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Casade de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] voert verweer. [huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat er bepaalde omstandigheden waren voor het ontstaan van de huurachterstand, dat hij wakker geschud is door deze zaak en vraagt om een laatste kans om in de woning te blijven wonen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Huurachterstand
4.1.
[huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat er een huurachterstand is die tot en met mei 2025 berekend is op een bedrag van € 1.831,11. De kantonrechter wijst de gevorderde betaling hiervan dan ook toe.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.2.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Dat wil zeggen dat de kantonrechter uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt, moet beoordelen of de consumentenbeschermende bepalingen die van toepassing zijn ook zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar ambtshalve consequenties aan verbinden.
4.3.
Uit de dagvaarding blijkt dat op de huurovereenkomst bij aanvang in 1965 algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Sindsdien zijn daarvoor geen andere algemene voorwaarden in de plaats gekomen. Casade heeft aangevoerd dat de algemene voorwaarden zoek zijn geraakt. De kantonrechter stelt in ieder geval vast dat de betreffende algemene voorwaarden niet aan hem zijn overgelegd. Dit betekent echter niet dat, zoals Casade in de dagvaarding heeft gesteld en tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht, de algemene voorwaarden niet (meer) van toepassing zijn. Bij deze toets is niet relevant of Casade feitelijk (nog) toepassing geeft aan de uitvoering van de afgesproken voorwaarden, maar alleen of de consumentenbeschermende bepalingen worden nageleefd in de voorwaarden. Omdat de kantonrechter zijn ambtshalve taak niet kan uitvoeren en niet kan beoordelen wat partijen destijds onderling hebben afgesproken, wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente af.
Ontbinding en ontruiming
4.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.5.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand precies drie maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Daar staat tegenover dat de huurachterstand niet verder opgelopen is, dat [huurder] de huur na mei 2025 weer is gaan betalen en dat hij zich tijdens de mondelinge behandeling bereid heeft verklaard de komende tijd extra werk aan te nemen zodat de ontstane huurachterstand kan worden ingelopen.
Een laatste kans
4.6.
Gelet op alle omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van [huurder], ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvorderingen voorwaardelijk toe te wijzen. Dat wil zeggen dat de huurovereenkomst pas wordt ontbonden en [huurder] de woning pas moet verlaten als hij zich niet aan minimaal één van de volgende voorwaarden houdt.
De voorwaarden zijn dat [huurder]:
blijft voldoen aan de lopende huurverplichtingen (van op dit moment € 637,30 per maand) aan Casade, te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand;
contact opneemt en onderhoudt met zijn contactpersoon bij de gemeentelijke schuldhulpverlening;
met zijn contactpersoon bij de gemeentelijke schuldhulpverlening in kaart brengt welk bedrag hij maandelijks kan aflossen op de ontstane huurachterstand;
het onder c) berekende bedrag maandelijks betaalt aan Casade.
4.7.
[huurder] krijgt hiermee nog een laatste kans om ontruiming te voorkomen. De kantonrechter benadrukt dat het van belang is dat [huurder] de lopende huur op tijd blijft betalen en niet opnieuw een huurachterstand laat ontstaan.
Vervallen huurtermijnen en gebruiksvergoeding
4.8.
Uit de dagvaarding blijkt dat de huurprijs van het gehuurde per juli 2025 is gestegen van € 610,37 naar € 637,30 per maand. Casade wil dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 637,30, te rekenen vanaf de maand september 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na ontbinding van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering wijst de kantonrechter toe.
Proceskosten
4.9.
[huurder] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Casade worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.072,95

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [huurder] om aan Casade te betalen een bedrag van € 1.831,11 aan huurachterstand tot en met mei 2025;
5.2.
veroordeelt [huurder] om aan Casade te betalen een bedrag van € 637,30 per maand, voor iedere ingegane maand vanaf 1 september 2025 tot het tijdstip van ontbinding van de huurovereenkomst en een bedrag van € 637,30 per maand voor iedere ingegane maand na de ontbinding van de huurovereenkomst tot de feitelijke ontruiming van het gehuurde;
5.3.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op € 1.072,95;
5.4.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning te [adres] en veroordeelt [huurder] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met al zijn spullen en alle gebruikers van de woning te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Casade te stellen, indien en zodra [huurder] zich niet houdt aan één van de volgende voorwaarden:
[huurder] blijft de lopende huurverplichtingen (van op dit moment
€ 637,30 per maand) voldoen aan Casade, te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand;
[huurder] neemt contact op en onderhoudt dit contact met zijn contactpersoon bij de gemeentelijke schuldhulpverlening;
[huurder] brengt met zijn contactpersoon bij de gemeentelijke schuldhulpverlening in kaart welk bedrag hij maandelijks kan aflossen op de ontstane huurachterstand;
[huurder] betaalt het onder c) berekende bedrag maandelijks aan Casade;
5.5.
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Paijmans en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)