Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 5 maart 2025 en 7 maart 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk ZVI, type Nighthawk, kaliber 9 millimeter Browning Court (9x17 millimeter), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en bijbehorende munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vier kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9 millimeter Browning Court, voorhanden heeft gehad;
op 7 maart 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 75.180 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en 221.440 gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
in de periode van 4 maart 2025 tot en met 7 maart 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), zijnde hasjiesj, en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
op 7 maart 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 175 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.Beslissing
categorie III en met betrekking tot munitie van categorie III, meermalen gepleegd;
een gevangenisstraf van twintig maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
hij in of omstreeks de periode van 5 maart 2025 tot en met 7 maart 2025
te [plaats] , in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een pistool, van het merk ZVI, type Night Hawk, kaliber 9
millmeter Browning Court (9x17 millimeter) zijnde een vuurwapen in de
vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of bjbehorende munitie
van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vier
kogelpatronen (van het merk Sellier & Bellot, kaliber 9 millimeter
Browning Court 9x17 millimeter) voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 7 maart 2025 te [plaats] , in elk geval in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 75.180 gram, in elk geval een
hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel
van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj),
waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer
221.440 gram,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde
hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde
lid van artikel 3 a van die wet
(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode van 4 maart 2025 tot en met 7 maart 2025
te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer
dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en
plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), zijde hasjiesj en/of een
hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep (telkens)
(een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 7 maart 2025 te [plaats] , in elk geval in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
aanwezig heeft gehad
ongeveer 175 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)