Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn Woo-verzoek van 8 september 2025. Verweerder stelde dat de beslistermijn was opgeschort wegens overmacht door de ziekte van eiser, maar de rechtbank oordeelt dat deze opschorting op 10 september 2025 is geëindigd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat de mediation-overeenkomst niet rechtsgeldig is getekend, waardoor geen verdere opschorting van de beslistermijn kan worden aangenomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen zes weken alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Verweerder moet tevens het griffierecht van €194 aan eiser vergoeden. Het beroep wordt zonder zitting behandeld en gegrond verklaard.