Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat via een telefonische verbinding;
- de heer [persoon 1] , AIOS;
- mevrouw [persoon 2] , GZ-psycholoog FACT [plaats 1] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds 19 maart 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een ernstige crisissituatie veroorzaakt door een psychische stoornis en verslavingsproblematiek. De burgemeester had de crisismaatregel getroffen vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van de crisismaatregel voor drie weken. Tijdens de zitting op 23 maart 2026 werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals een AIOS en een GZ-psycholoog. De AIOS gaf aan dat betrokkene rustiger is en dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer is. Wel is ambulante medicatie en zorg noodzakelijk om decompensatie te voorkomen.
De advocaat voerde aan dat betrokkene in de rouw is en langer verblijf haar zou schaden. De rechtbank concludeerde dat de opname niet langer noodzakelijk is omdat betrokkene medicatie blijft innemen en bereid is ambulante zorg te accepteren. Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven op 23 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 1 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.