Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3291

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/444950 / JE RK 26-247
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleeggezin

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds maart 2025 in een perspectiefbiedend pleeggezin verblijft.

De kinderrechter constateert dat de minderjarige een ernstige ontwikkelingsbedreiging ondervindt als gevolg van eerdere blootstelling aan huiselijk geweld en dat zij nog hulpverlening nodig heeft om haar verleden te verwerken en hechtingsproblemen aan te pakken. De ouders ondersteunen de plaatsing en de omgang verloopt goed, maar het contact tussen de ouders onderling is nog niet veilig genoeg voor een overdracht naar het vrijwillige kader.

De pleegouders en hulpverlening zetten zich in voor een veilige en stabiele omgeving. De kinderrechter acht verlenging van de maatregelen noodzakelijk en passend voor de duur van één jaar, met de mogelijkheid tot eerdere beëindiging indien overdracht naar het vrijwillige kader mogelijk wordt.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en in hoger beroep aanvechtbaar binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van één jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444950 / JE RK 26-247
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda,
FAMILIE [de pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 februari 2026;
- het bericht van mr. Van Kerkhof met bijlagen van 6 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de pleegmoeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 13 maart 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd tot 24 maart 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 24 december 2025.
2.3.
Bij beschikking van 23 december 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 24 maart 2026.
2.4.
[minderjarige] verblijft in een (perspectief biedend) pleeggezin.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Namens de GI wordt aangevoerd dat [minderjarige] sinds 22 maart 2025 in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin woont. Bij beschikking van 10 januari 2025 heeft de kinderrechter bepaald dat het perspectief van [minderjarige] niet langer bij een van de ouders ligt en dat de GI niet meer hoeft te werken aan terugplaatsing van [minderjarige] bij een van de ouders. Binnen het pleeggezin gaat het goed met [minderjarige] . Het pleeggezin is echter nog een startend pleeggezin en [minderjarige] is een meisje dat veel heeft meegemaakt in haar jonge leventje. Voor [minderjarige] moet bekeken worden welke hulp zij nodig heeft om haar verleden te verwerken. Ook voor de pleegouders zal passende begeleiding worden ingezet om een veilige en stabiele hechting van [minderjarige] binnen het pleeggezin verder te bevorderen. Hiervoor wordt [hulpserlening] ingezet. Volgens de GI zien beide ouders in dat [minderjarige] op haar plek zit in het pleeggezin. De bezoeken tussen [minderjarige] en beide ouders afzonderlijk verlopen goed. De komende periode zal worden bekeken of de omgang kan worden uitgebreid. De GI is van mening dat het op dit moment te vroeg is om de ouders binnen het vrijwillige kader verder te laten gaan. Enerzijds omdat de ouders tijd nodig hebben om te accepteren dat [minderjarige] niet meer bij hen zal wonen. Anderzijds omdat er op dit moment geen communicatie tussen de ouders is. Voordat een overdracht naar het vrijwillige kader mogelijk is, zullen er goede voorzieningen getroffen moeten worden zodat het contact tussen de ouders veilig kan plaatsvinden. Bij een verlenging moet komend jaar duidelijk worden of de situatie rustig genoeg is om verder te verduurzamen/verstevigen en in te zetten op een stevig borgingsplan waarmee het mogelijk is om toe te werken naar het vrijwillige kader of dat een gezagsbeëindigende maatregel toch noodzakelijk is. De insteek van de GI is een overdracht naar het vrijwillige kader.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. Het klopt dat de moeder de plaatsing in het perspectiefbiedende pleeggezin ondersteunt en dat zij inziet dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij hier verder zal opgroeien, maar in haar hart wil de moeder zelf nog voor [minderjarige] zorgen. De moeder ziet dat het goed gaat met [minderjarige] in het pleeggezin en dat draagt bij aan berusting. De moeder hoopt dat de omgang op termijn kan worden uitgebreid. Aan de wettelijke vereisten van het verzoek wordt voldaan, gelet waarop het verzoek kan worden toegewezen. Indien de maatregelen worden beperkt in duur, verzoekt de moeder het resterende deel niet aan te houden maar af te wijzen. Zij wil voorkomen dat er opnieuw een zitting dient plaats te vinden.
4.3.
Door en namens de vader wordt aangevoerd dat beide ouders een grote positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. In de situatie van beide ouders is rust en zij berusten in de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin. [minderjarige] ontwikkelt zich goed in het huidige pleeggezin en omdat de plaatsing door beide ouders wordt geaccepteerd, kan een overdracht plaatsvinden naar het vrijwillige kader. Voor nu is voldaan aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing, maar op zeker moment gaat het schuren. Gelet op de huidige positieve ontwikkelingen verzoekt de vader de maatregelen in duur te beperken tot negen maanden, zodat gedurende deze periode de overdracht naar het vrijwillige kader kan plaatsvinden. De komende maanden kan dan ook worden gewerkt aan de communicatie tussen de ouders.
4.4.
De pleegmoeder geeft aan dat het goed gaat met [minderjarige] . Via [pleegzorg] zal de hulpverlening [hulpserlening] worden ingezet. Het is nog niet bekend wanneer deze hulpverlening gaat starten en hoe lang deze hulpverlening zal duren. Ook op school wordt gezien dat het goed gaat met [minderjarige] . Ze heeft er nog wel moeite mee als zij wordt teleurgesteld, bijvoorbeeld wanneer een speelafspraak niet doorgaat, en met de hulpverlening zal worden bekeken hoe pleegouders [minderjarige] daarin kunnen begeleiden. De bezoeken van [minderjarige] met haar ouders verlopen goed.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. [2]
De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat er nog immer sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] , voortkomend uit de tijd dat zij nog bij haar ouders woonde en [minderjarige] getuige en slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. [minderjarige] verblijft inmiddels een jaar in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin. Zij ontwikkelt zich hier goed en de plaatsing in het pleeggezin wordt ondersteund door de ouders. Dat is zeer positief.
5.3.
Echter, doordat [minderjarige] veel heeft meegemaakt in haar nog jonge leven, moet bekeken worden welke hulpverlening zij nodig heeft om haar verleden te verwerken en om te werken aan haar hechtingsproblematiek. Inmiddels is hulpverlening aangevraagd, namelijk [hulpserlening] . Het is nog niet bekend hoe lang dit traject zal duren en welke impact het zal hebben op [minderjarige] . In dit kader zal passende begeleiding worden ingezet om een veilige en stabiele hechting van [minderjarige] binnen het pleeggezin verder te bevorderen. Voorts moet er de komende periode onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn van contactuitbreiding tussen [minderjarige] en de ouders, alsmede op welke wijze het contact tussen de ouders onderling veilig kan worden vormgegeven.
5.4.
Dit alles maakt dat de kinderrechter de maatregelen zal verlengen voor de duur van één jaar zoals verzocht door de GI. Mocht een overdracht naar het vrijwillige kader eerder mogelijk blijken, dan wordt van de GI verwacht dat de maatregelen eerder worden beëindigd.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 24 maart 2026 tot 24 maart 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 24 maart 2026 tot 24 maart 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.