Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 26 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnotitie van [huurder].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Tiwos heeft de huurovereenkomst met huurder buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro nadat de burgemeester de woning had gesloten wegens drugshandel en overlast. De kantonrechter moest beoordelen of het gebruik van deze ontbindingsbevoegdheid proportioneel en redelijk was.
De feiten tonen dat er bestuurlijke controles en politieacties waren waarbij drugs en drugshandelgerelateerde voorwerpen in de woning werden aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor een maand op grond van de Opiumwet. Huurder voerde verweer met onder meer een beroep op misbruik van bevoegdheid en het belang van zijn woonrecht, mede vanwege zijn lichamelijke beperking en de aanwezigheid van minderjarige kinderen.
De kantonrechter oordeelde dat Tiwos bevoegd was de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en dat het gebruik van deze bevoegdheid niet onaanvaardbaar was. De belangenafweging viel in het nadeel van huurder uit, zodat de ontruiming werd toegewezen. Echter, de belangenafweging voor de uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring viel in het voordeel van huurder uit, waardoor het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. Huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen zes weken en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De ontruiming van de woning wordt toegewezen, maar het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.