Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een wijziging van haar WIA-uitkering van 21 maart 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 17 december 2024.
Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het bezwaar alsnog te behandelen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard.