Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werkneemster op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 30 juli 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor de herbeoordeling nog niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en de reële mogelijkheden van het UWV.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. Het beroep wordt zonder zitting behandeld en de uitspraak is openbaar gemaakt.