ECLI:NL:RBZWB:2026:3260
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Reimerswaal
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in de gemeente Reimerswaal, vastgesteld op €350.000 per 1 januari 2024. De heffingsambtenaar had het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Tijdens de mondelinge behandeling op 8 april 2026 werd onder meer besproken dat de WOZ-waarde was bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen rondom de waardepeildatum werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de eerdere referentiewoning waartegen bezwaar was gemaakt niet meer relevant was.
Belanghebbende stelde dat de berekening van de prijs per eenheid (PPE) niet inzichtelijk was, maar de heffingsambtenaar toonde aan dat via een groottecorrectie rekening was gehouden met verschillen in grootte. Bovendien was het verschil tussen de getaxeerde waarde en de beschikking €17.000, wat betekent dat zelfs met een lagere PPE de waarde hoger zou uitvallen dan de beschikking.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €350.000 wordt ongegrond verklaard.