ECLI:NL:RBZWB:2026:3258
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging WOZ-waarde woning naar woningtarief gegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €819.000, en tegen de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing. De heffingsambtenaar had het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld, mede omdat de heffingsambtenaar de waardering onderbouwde met vergelijkingsobjecten en correcties toepaste voor bedrijfsbestemming en planologische beperkingen. Wel was het beroep gegrond omdat de heffingsambtenaar tijdens de beroepsprocedure had toegezegd het object als woning te beschouwen in plaats van als niet-woning.
Als gevolg hiervan moesten de aanslagen onroerendezaakbelasting eigenaar en rioolheffing worden gecorrigeerd naar het woningtarief en de aanslag onroerendezaakbelasting gebruiker worden vernietigd. Daarnaast werd belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend, inclusief vergoeding van het griffierecht en reiskosten, maar geen vergoeding voor de door een derde verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Ponds en griffier S. Panah, waarbij de griffier niet medeondertekende. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen worden aangepast naar het woningtarief met vergoeding van proceskosten.