Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Beslissing
geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 24 maart 2023 mishandelde verdachte [aangever] door hem meerdere vuistslagen in het gezicht te geven, waardoor diens neus werd gebroken. De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze mishandeling heeft gepleegd, mede op basis van een bekennende verklaring en de aangifte van het slachtoffer.
Er was onvoldoende bewijs om vast te stellen dat het letsel zwaar lichamelijk letsel betrof, omdat medische gegevens ontbraken. Verdachte werd strafbaar verklaard voor mishandeling, maar vrijgesproken van het ten laste gelegde zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank overwoog dat hoewel mishandeling een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit is en normaal gesproken straf oplegt, in deze zaak geen straf werd opgelegd omdat verdachte in een gelijktijdig behandelde zaak een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging (tbs) zal krijgen. Hierdoor achtte de rechtbank een strafoplegging niet meer redelijk.
De officier van justitie vorderde een schuldigverklaring zonder strafoplegging, hetgeen door de rechtbank werd gevolgd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 23 januari 2026.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan mishandeling maar krijgt geen straf vanwege een gelijktijdige tbs-maatregel.