Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter bekostiging van tandartskosten voor de behandeling van parodontitis, met een bedrag van € 1.980,91. Werkplein Hart van West-Brabant heeft deze aanvraag op 16 juli 2025 afgewezen, omdat de kosten volgens medisch advies niet noodzakelijk zijn en niet de goedkoopste adequate oplossing vormen. Eiser maakte bezwaar, maar het bezwaar werd op 7 oktober 2025 eveneens afgewezen.
Eiser voerde aan dat het medisch advies van Stichting SAP niet beperkt was tot een medisch oordeel en dat onvoldoende is gemotiveerd waarom er geen sprake is van zeer dringende redenen. De rechtbank toetste of Werkplein het beleid van de gemeente [plaats] consistent en juist heeft toegepast, waarbij het beleid bepaalt dat bijzondere bijstand alleen wordt verstrekt bij medische noodzaak en als de behandeling de goedkoopste adequate oplossing is.
De rechtbank oordeelde dat Werkplein terecht is uitgegaan van het medisch advies dat de gevraagde behandeling niet de goedkoopste adequate oplossing is, mede omdat een volledig kunstgebit als alternatief werd geadviseerd. Er is geen schending van fundamentele rechten vastgesteld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het besluit van Werkplein blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.