ECLI:NL:RBZWB:2026:3238
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanwijzing zwemwaterlocaties Zeeland 2025 ondanks PFAS-bezwaren
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van een stichting die bezwaar maakte tegen het besluit van Gedeputeerde Staten (GS) Zeeland om 57 wateren aan te wijzen als zwemwaterlocaties voor het badseizoen 2025. De stichting stelde dat GS onvoldoende rekening had gehouden met de aanwezigheid van PFAS, een zeer zorgwekkende stof, en dat de zorgplicht niet adequaat was nageleefd.
GS had de zwemwaterlocaties aangewezen conform de Zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De wateren voldeden aan de microbiologische normen voor de klasse 'aanvaardbaar'. Hoewel PFAS-controles werden uitgevoerd, zijn er geen omgevingswaarden voor PFAS opgenomen in de regelgeving en waren de advieswaarden van het RIVM niet overschreden.
De rechtbank oordeelde dat GS bevoegd was de zwemwaterlocaties aan te wijzen en dat de bezwaren van de stichting onvoldoende waren om het besluit te vernietigen. De controle op PFAS en de zorgplicht worden via andere instrumenten gewaarborgd, zoals het geven van negatief zwemadvies of zwemverbod. Ook het voeren van de Blauwe Vlag valt buiten het bestreden besluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanwijzen van 57 zwemwaterlocaties voor het badseizoen 2025 wordt ongegrond verklaard.