Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3227

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
BRE 25/5142
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 236 lid 2 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De aanslag betreft parkeren op 21 augustus 2024 op het Chasséveld te Breda. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door de heffingsambtenaar op 22 december 2024.

De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 behandeld, waarbij belanghebbende aanwezig was en de heffingsambtenaar zich had afgemeld. De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 17 maart 2023, wat vóór de datum van de uitspraak op bezwaar ligt, wat duidt op een kennelijke fout in de datumstelling in het vonnis, maar de rechtbank stelt dat de termijn van zes weken is overschreden.

Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De rechtbank overweegt ook dat de uitspraak op bezwaar tijdig is gedaan binnen het kalenderjaar 2024, conform artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en gaat niet in op de inhoud van het geschil. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepschrifttermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/1620
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 april 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

De heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 december 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

Feiten

2. Op 30 augustus 2024 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd voor het op 21 augustus 2024 parkeren op het Chasséveld te Breda met de auto met [kenteken] .
2.1.
Op 10 september 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaarschrift ontvangen.
2.2.
Op 22 december 2024 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar gedaan. De uitspraak is op 23 december 2024 per e-mail aan belanghebbende toegezonden.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of het beroep ontvankelijk is.
4. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is, omdat het beroep te laat is ingediend
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Motivering

5. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak op bezwaar op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
5.1.
Vaststaat dat de uitspraak op bezwaar op 23 december 2024 per e-mail aan belanghebbende is verzonden. Het beroepschrift is door de rechtbank ontvangen op 17 maart 2023. Daarmee is het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
5.2.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt waarom het beroepschrift te laat is ingediend en geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk.
5.3.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat belanghebbende heeft aangevoerd dat de uitspraak op bezwaar te laat zou zijn genomen. Voor gemeentelijke belastingen, waaronder parkeerbelastingen, geldt echter een afwijkende regeling op grond van artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet. Op grond daarvan dient een bezwaarschrift (dat niet is ingediend in de laatste zes weken van een kalenderjaar) te worden afgehandeld binnen het kalenderjaar waarin het is ingediend. Aangezien het bezwaarschrift in september 2024 is ingediend en de uitspraak op bezwaar in december van datzelfde jaar is gedaan, is deze tijdig genomen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier.
griffier
Rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.