Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het vonnis in incident van 3 december 2025 en de daarin genoemde stukken
- de akte uitlaten in het bevoegdheidsincident met producties van [B.V.]
- de akte uitlaten in het bevoegdheidsincident met producties van Santera
- Het B-formulier van 21 januari 2026 waarin de advocaat van [B.V.] namens beide partijen vraagt om in de gelegenheid te worden gesteld op elkaars aktes te reageren
- de antwoordakte na tussenvonnis in het bevoegdheidsincident met producties van [B.V.]
- de antwoordakte na tussenvonnis in het bevoegdheidsincident met producties van Santera.
3.De verdere beoordeling
freight forwarder’is. Ook ondertekent zij haar e-mailcorrespondentie met een e-mailhandtekening waarin staat dat Santera ‘
freight forwarding services’ biedt. Daarnaast blijkt uit de overgelegde chatcorrespondentie duidelijk dat Santera voor het transport een derde partij als vervoerder zoekt om de lading van [B.V.] te vervoeren. Deze omstandigheden brengen met zich dat het voor [B.V.] duidelijk moet zijn geweest dat Santera haar diensten aanbood en uitvoerde als expediteur. De enkele omstandigheid dat op een door [B.V.] opgestelde transportorder een all-in prijs staat vermeld en dat daarin staat “
Forwarding to third parties and/of sister companies is definitely not allowed’, is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat partijen een vervoersovereenkomst hebben gesloten. Uit voornoemde chatcorrespondentie blijkt immers dat [B.V.] wist dat Santera een derde partij inschakelde.