Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3205

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/443909 / JE RK 26-54
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265e BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gezagsbepaling voor inschrijving minderjarige op middelbare school

De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt de kinderrechter om het gezag over de minderjarige gedeeltelijk aan haar toe te kennen, specifiek voor de aanmelding bij een middelbare school. De vader, die het ouderlijk gezag heeft, heeft niet tijdig toestemming gegeven voor de inschrijving, ondanks herhaalde verzoeken van de GI.

Tijdens de zitting verleent de vader alsnog zijn toestemming, maar vanwege de naderende inschrijftermijn is een gerechtelijke beslissing noodzakelijk. De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat de GI het gezag uitoefent voor deze specifieke handeling, zodat de inschrijving tijdig kan plaatsvinden.

De beslissing geldt tot het einde van de uithuisplaatsing op 4 augustus 2026 en wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. De beschikking is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep. De vader uit zijn wens tot betere samenwerking met de GI, wat door de kinderrechter wordt erkend.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek toe om het gezag over de minderjarige gedeeltelijk toe te kennen aan de gecertificeerde instelling voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling tot 4 augustus 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443909 / JE RK 26-54
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een gedeeltelijke gezagsbelasting
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Enschede,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
gemachtigde mr. M.W.F. van Wijk uit Helmond.
De kinderrechter merkt aan als informant:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI via teamsverbinding.
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag.
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en zijn uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 4 augustus 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [minderjarige] gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI voor zover het betreft de aanmelding bij een onderwijsinstelling en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast te bevelen dat deze gedeeltelijke gezagstoekenning zal worden aangetekend in het gezagsregister.

4.De standpunten

4.1.
[minderjarige] moet worden ingeschreven op een middelbare school. [minderjarige] heeft de voorkeur voor [middelbare school] in [plaats 1] of [plaats 2]. De GI heeft meermalen contact gehad met de vader in december 2025 en januari 2026 met het verzoek om toestemming te verlenen. Daar is niet, althans niet bevestigend op gereageerd. De GI handhaaft het verzoek. De GI is bereid om met vader in gesprek te gaan over de samenwerking.
4.2.
De vader heeft ter zitting alsnog zijn toestemming verleend om [minderjarige] op de middelbare school in te schrijven. De vader betreurt het dat de samenwerking met de GI niet goed is en wil graag face to face contact met de jeugdzorgwerker om de situatie te bespreken.

5.De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling dat het gezag van de vader over [minderjarige] gedeeltelijk wordt beperkt en in plaats daarvan wordt uitgeoefend door de GI. De kinderrechter zal het verzoek van de GI daarom toewijzen. De vader geeft weliswaar toestemming en wil het daartoe benodigde formulier ondertekenen, echter gelet op de aflopende inschrijftermijn, zijnde 25 maart 2026 is deze tijd er niet, waardoor alsnog een gerechtelijke beslissing nodig is. Deze beslissing geldt voor de duur van de uithuisplaatsing, dus tot 4 augustus 2026 (artikel 1:265e Burgerlijk Wetboek). Ook geldt de gedeeltelijke gezagsuitoefening door de GI alleen voor de toestemming voor de aanmelding van [minderjarige] bij een onderwijsinstelling (te weten, bij [middelbare school] in [plaats 1] of [plaats 2]). [minderjarige] woont op dit moment in een gezinshuis in de regio van [middelbare school]. De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] niet de dupe wordt van slechte samenwerkingsrelatie tussen de vader en de GI. De kinderrechter zal dan ook bepalen dat het verzoek van de GI wordt toegewezen zodat [minderjarige] zo snel als mogelijk kan worden ingeschreven op de middelbare school in zijn huidige woonplaats.
5.1.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [1] Een apart verzoek daarvoor is niet nodig. Daarom wijst de kinderrechter dat verzoek af.
5.2.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
belast Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met het gezag over [minderjarige] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling, zijnde [middelbare school] in [plaats 1] of [plaats 2] tot 4 augustus 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.