Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3200

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/442044 / FA RK 25-5935
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming vervangende inschrijving minderjarige op topsportopleiding en school

De vrouw verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van haar minderjarige zoon op een topsportopleiding en bijbehorende school, omdat de vader zijn toestemming weigert vanwege financiële en logistieke bezwaren. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun drie kinderen, waarbij de zorgregeling is vastgelegd in een ouderschapsplan. De minderjarige wil graag naar dezelfde school als zijn broer, die al op de betreffende topsportopleiding zit.

De rechtbank constateert dat partijen niet tot overeenstemming kunnen komen en dat de vrouw het verzoek terecht aan de rechtbank heeft voorgelegd. De rechtbank weegt het belang van het kind, dat zijn droom wil najagen en zijn talenten wil ontwikkelen, tegen de financiële en logistieke bezwaren van de vader. Er is geen sprake van onwil bij de vader, maar van onmacht. De vrouw is bereid de vader tegemoet te komen en een procedure tot wijziging van de zorgregeling te starten.

De rechtbank besluit de vervangende toestemming te verlenen en wijst op het belang van het kind. Tevens verwijst zij de ouders en minderjarige kinderen naar een (jeugd)hulpverleningstraject (UHA) om samen tot passende afspraken te komen en de problematiek rondom zorg, financiën en logistiek te adresseren. De rechtbank legt vast dat de rapportage van dit traject zal worden ingebracht in een nog te starten procedure tot wijziging van de zorgregeling. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor inschrijving van de minderjarige op de topsportopleiding en school en verwijst ouders naar een jeugd(hulp)traject.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/442044 / FA RK 25-5935
datum uitspraak: 20 maart 2026
beschikking over vervangende toestemming inschrijving school
in de zaak van
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans in Roosendaal,
tegen
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs in Zoetermeer,
over de minderjarige:
-
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2015, hierna: [minderjarige 1] .
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 18 november 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige 1] ;
- het op 23 februari 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen;
- de op 2 maart 2026 ontvangen brief van mr. Heesmans met bijlagen;
- het op 2 maart 2026 ontvangen F9-formulier van mr. Van der Meijs met bijlage.
1.2
Het verzoek is behandeld op de zitting van 6 maart 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, met hun advocaten. Ook was een vertegenwoordiger namens de Raad aanwezig via een Teams verbinding.
1.3
Op 2 maart 2026 heeft de kinderrechter met [minderjarige 1] gesproken over het verzoek. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat het zijn grootste droom is om naar het [school] te gaan omdat hij dat de leukste school vindt. Veel van zijn vrienden gaan naar deze school en ook zijn broer [minderjarige 2] . [minderjarige 1] wil graag proftennisser worden en snapt niet waarom hij niet naar het [school] zou kunnen gaan en zijn broer wel.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank Limburg van 26 september 2023 is de echtscheiding uitgesproken en deze beschikking is op 10 oktober 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld.
2.2
Tijdens het huwelijk van partijen zijn geboren de minderjarigen:
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2012;
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2015;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 2019.
2.3
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] .
2.4
Partijen hebben op 29 augustus 2023 een ouderschapsplan ondertekend. Ingevolge dit ouderschapsplan hebben [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hun hoofdverblijf bij de vrouw en [minderjarige 1] zijn hoofdverblijf bij de man. Partijen zijn een zorgschema overeen gekomen met een verdeling van 57 % voor de vrouw en 43 % voor de man. De vrouw heeft de intentie om drie keer 24 uur op doordeweekse dagen de zorg te geven en de man twee keer 24 uur op doordeweekse dagen. De weekenden worden om en om verdeeld.

3.Het verzoek

3.1
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan haar vervangende toestemming te verlenen, die in plaats komt van de toestemming van de man, om [minderjarige 1] in te schrijven op de [stichting] te [plaats 1] aan [adres 1] en op het [school] te [plaats 1] aan [adres 2] .
3.2
De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

4.De standpunten

4.1
Door en namens de vrouw wordt aangevoerd dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] beiden op hoog niveau tennissen. [minderjarige 1] gaat vanaf volgend schooljaar naar de middelbare school en wil graag naar de [stichting] en het [school] in [plaats 1] . Zijn broer [minderjarige 2] gaat al naar deze school. De laatste maanden is er tussen partijen veel discussie over het tennis en dan met name over de kosten en het halen en brengen. Dit zorgt voor de nodige spanning tussen partijen die zijn weerslag heeft op de minderjarigen. De vrouw wil [minderjarige 1] inschrijven op de [stichting] [plaats 1] en het [school] , omdat deze school volgens de vrouw het meest geschikt is voor [minderjarige 1] . [minderjarige 1] gaat met veel plezier naar tennis en wil kijken hoever hij in de topsport kan komen. Om een en ander mogelijk te maken is het voor [minderjarige 1] van belang dat hij naar een middelbare school kan gaan die de mogelijkheid heeft om de sportopleiding te combineren met een gedegen schoolopleiding en dat kan bij [stichting] [plaats 1] en het [school] . Partijen hebben in het ouderschapsplan welbewust afspraken gemaakt over de kinderen, waarbij rekening is gehouden met het niveau waarop [minderjarige 2] en [minderjarige 1] tennissen. Het is van belang dat [minderjarige 1] zich kan ontwikkelen met al zijn talenten en dat hij naar de [stichting] en het [school] kan gaan.
De vrouw voert aan dat zij op dit moment de man al zoveel mogelijk als zij kan tegemoet komt op financieel en logistiek gebied. De vrouw en haar partner dragen al bijna alle kosten en logistiek is de vrouw de man tegemoet gekomen zodat hij niet meer onder werktijd hoeft te rijden. Ook hebben partijen het onderling logistiek zo geregeld dat [minderjarige 3] niet meer mee hoeft om [minderjarige 2] of [minderjarige 1] naar de tennis te brengen. Wanneer [minderjarige 1] ook naar de [stichting] en het [school] gaat wordt een deel van het vervoer vanuit school overgenomen. Wanneer geen vervangende toestemming wordt verleend dan wordt het logistieke probleem juist groter. De vrouw zal een nieuwe procedure tot wijziging van de zorgregeling starten, zodat kan worden bekeken of door een eventuele wijziging de financiële en logistieke problemen voor de man (deels) kunnen worden opgelost. Op het moment dat er meer zorgtaken bij de vrouw komen te liggen, komt er ook meer duidelijkheid over het financiële situatie. De vrouw is bereid haar medewerking te verlenen aan het Uniform Hulpaanbod (hierna: UHA). Indien partijen worden verwezen zal de terugkoppeling vanuit het UHA kunnen plaatsvinden in de nog door de vrouw te starten bodemprocedure tot wijziging van de zorgregeling.
4.2
Door en namens de man wordt aangevoerd dat hij wil dat de droom van [minderjarige 1] uitkomt en hij in dat kader geen bezwaar heeft tegen de inschrijving op de [stichting] en het [school] . Vanwege financiële en logistieke omstandigheden is dit echter voor hem niet haalbaar. In het ouderschapsplan is opgenomen dat beide ouders zich maximaal zullen inspannen om de topsport voor de kinderen te kunnen behouden. Dit moet echter niet tot financiële uitdagingen leiden die ten koste gaan van het reguliere levensonderhoud. Daarbij staat tevens vermeld dat de ouders het gesprek zullen aangaan, waarbij een gezamenlijk besluit wordt genomen. Wanneer de ouders niet gezamenlijk tot een besluit kunnen komen, zal een mediator worden ingeschakeld. De man heeft de vrouw al meerdere malen voorgesteld om een mediationtraject aan te gaan, maar de vrouw heeft dit tot op heden geweigerd. Het verzoek van de vrouw miskent de contractuele afspraken tussen partijen en als gevolg hiervan stelt de man dat de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek dient te worden verklaard.
Indien het verzoek van de vrouw wel ontvankelijk wordt verklaard, is de man bereid mee te denken over mogelijkheden om in het belang van [minderjarige 1] zijn droom waar te maken. Voor de man is van belang dat hij hierdoor niet in de financiële problemen komt en hij zijn werk kan behouden. De man komt nu al maandelijks op een minbedrag uit. Daarnaast is het een vereiste dat de man drie dagen per week op kantoor in [plaats 2] werkt. Door de reistijd van en naar zijn werk en de reistijd van [woonplaats] naar [plaats 3] voor de tennistrainingen, kan de man niet aan de verplichting voldoen om drie dagen per week op kantoor te zijn. Het voelt voor de man als een verwijt dat hij financieel en logistiek niet de bijdrage kan leveren die van hem wordt gewenst.
De man is bereid om middels een verwijzing naar het UHA samen met de vrouw te bekijken wat de mogelijkheden zijn om de inschrijving op de [stichting] en het [school] mogelijk te maken. Voor de man is het vanwege de onzekerheid over hoe het de komende periode gaat verlopen lastig om reeds nu zijn toestemming voor de inschrijving te verlenen.
4.3
Namens de Raad wordt aangevoerd dat het belangrijk is dat [minderjarige 1] naar de opleiding kan gaan waar hij zelf graag naartoe wil. Zeker ook omdat zijn broer [minderjarige 2] al naar dezelfde school gaat. De Raad hoort geen bezwaren vanuit de man tegen de school zelf. Ook de man wil dat [minderjarige 1] zijn droom kan verwezenlijken. Het is echter de vraag hoe het praktisch geregeld kan worden zodat het financieel en logistiek ook haalbaar is voor de man. Door en namens de vrouw is aangegeven dat zij een procedure zal starten tot wijziging van de zorgregeling. Door een verwijzing naar het UHA kunnen partijen aldaar bespreken of een wijziging van de zorgregeling wenselijk is om ook aan de financiële en logistieke problemen van de man tegemoet te komen. [minderjarige 1] op dit moment zijn droom ontzeggen, terwijl [minderjarige 2] al naar diezelfde school gaat, is niet de oplossing. Dit is ook niet uit te leggen aan [minderjarige 1] . Partijen zullen zelf op zoek moeten gaan naar een oplossing om de droom van [minderjarige 1] (en [minderjarige 2] ) te kunnen (blijven) verwezenlijken.

5.De beoordeling

Vervangende toestemming inschrijving school
5.1
In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.
5.2
De man stelt zich primair op het standpunt dat de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek, omdat zij de contractuele afspraken tussen partijen miskent. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij, nu het niet nakomen van afspraken niet maakt dat de vrouw het onderhavige verzoek niet had mogen indienen. Het staat de vrouw vrij om een geschil over het samen uitoefenen van het gezag aan de rechtbank voor te leggen. De vrouw zal dan ook worden ontvangen in haar verzoek.
5.3
De rechtbank dient eerst te bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 BW). Tijdens de zitting is gebleken dat het partijen niet lukt om tot afspraken te komen. Wel zijn partijen overeengekomen dat zij deel zullen gaan nemen aan een UHA-traject om in dat kader alsnog samen afspraken te maken. Nu een eventuele inschrijving van de school vóór 25 maart 2026 dient plaats te vinden en het UHA-traject niet voor die datum zal starten, zal de rechtbank wel beslissen op het verzoek van de vrouw.
5.4
Zoals hiervoor overwogen dient de rechtbank een beslissing te nemen die zij in het belang van [minderjarige 1] vindt. Het is de droom van [minderjarige 1] om naar de [stichting] en het [school] te gaan en om zijn mogelijkheden in de tennissport optimaal te benutten. Dit wordt door beide partijen erkend en zij zijn samen verantwoordelijk om zich maximaal in te spannen om de topsport voor [minderjarige 1] te behouden. De man heeft voldoende gemotiveerd onderbouwd waar voor hem de financiële en logistieke problemen liggen om zijn toestemming te verlenen voor de inschrijving op de [stichting] en het [school] . Deze problemen zien op de financiën en het vervoer van en naar de trainingen/school. De rechtbank ziet dat er geen sprake is van onwil bij de man, maar van onmacht. De vrouw is bereid te bekijken in hoeverre het voor haar mogelijk is de man tegemoet te komen op deze punten. Partijen zijn bereid samen de mogelijkheden te onderzoeken om [minderjarige 1] naar de door hem gewenste school te laten gaan en indien nodig de zorgregeling aan te passen. Partijen zullen dit verder gaan bespreken in het kader van een UHA-traject. Een beslissing op het verzoek van de vrouw kan hier echter niet op wachten. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige 1] dat hij zijn droom kan najagen en zal dan ook het verzoek van de vrouw toewijzen. De rechtbank realiseert zich dat de man hiermee voor het blok wordt gezet, maar heeft ook vertrouwen in het UHA-traject dat partijen gaan doorlopen en in hun bereidheid om naar - voor beide partijen passende -oplossingen te zoeken.
UHA
5.5
De problematiek van de ouders omvat het volgende:
De ouders hebben samen drie kinderen. Twee van deze kinderen, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , spelen op hoog niveau tennis en hebben hierdoor een druk trainingsschema. [minderjarige 2] gaat al twee jaar naar de [stichting] [plaats 1] en het [school] [plaats 1] . Ook [minderjarige 1] wil hier het komende schooljaar starten. Beide ouders willen voor [minderjarige 1] dat hij zijn droom kan najagen, maar voor de man is het niet haalbaar op financieel en logistiek gebied om [minderjarige 1] (en [minderjarige 2] ) hier langer in te ondersteunen. De man heeft daarbij het gevoel dat hem wordt verweten dat hij hier niet langer aan kan bijdragen. De vrouw wil bekijken in hoeverre zij de man tegemoet kan komen en zal ook een verzoek tot wijziging tot de zorgregeling in gaan dienen, omdat een wijziging van de zorgregeling mogelijk maakt dat zij de man op financieel en logistiek gebied wellicht tegemoet kan kom.
5.6
Het lukt ouders samen niet de problemen tussen hen op te lossen. De rechtbank vindt het, net als de Raad, daarom nodig dat voor deze ouders en hun minderjarige kinderen een passend (jeugd)hulpverleningstraject bij een zorgaanbieder wordt ingezet. Ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling ermee ingestemd dat de rechtbank hen en hun minderjarige kinderen voor (jeugd)hulpverlening verwijst naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-Oost. De verwijzing heeft reeds plaatsgevonden met het verzenden van het verwijzingsformulier naar het loket. Deze beschikking geldt als bevestiging dat ouders met de doorverwijzing en de voorwaarden daarvan hebben ingestemd.
5.7
Met de inzet van het (jeugd)hulptraject gaan de ouders, zo is met hen afgesproken, in ieder geval werken aan het behalen van de volgende resultaten:
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
5.8
Gebleken is dat ouders daarnaast ook op andere onderdelen hulp en ondersteuning nodig hebben. Daarom heeft de rechter na overleg met de ouders besloten dat zij samen met een zorgaanbieder ook gaan werken aan het behalen van de volgende resultaten:
- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind;
- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie);
De resultaten heeft de rechtbank ook vastgelegd in een resultatenlijst.
5.9
Na afloop van het (jeugd)hulpverleningstraject maakt de zorgaanbieder een rapportage op over het verloop en het resultaat van het traject. Deze rapportage wordt als bijlage bij het door de gemeente/toegang op te maken rapport gevoegd.
De vrouw heeft aangekondigd een procedure te zullen starten tot wijziging van de zorgregeling. Gelet hierop verzoekt de rechtbank het loket om de volledige UHA-rapportage
uiterlijk op na te noemen pro forma datum, of zoveel eerder als mogelijk is, in de nog aanhangig te maken procedure tot wijziging van de zorgregeling in te brengen. Op verzoek van het loket en/of de gemeente/toegang kan de rechtbank deze termijn verlengen. Dit verzoek moet gemotiveerd worden gedaan. Als de verlenging wordt toegestaan dan geeft de rechtbank een nieuwe pro forma datum door.
5.1
Als de hulp heeft geleid tot een positief resultaat, stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage uit te laten of een zitting in de nog aanhangig te maken procedure tot wijziging van de zorgregeling nodig is. De advocaten maken in hun reactie kenbaar wat het resultaat van de hulpverlening betekent voor de verzoeken in die procedure.
5.11
Als de hulp niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat verzoekt de rechtbank het loket de volledige UHA rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad. De Raad toetst en beoordeelt dan of een onderzoek of interventie zal worden verricht. De Raad informeert de rechtbank binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage of er aanleiding is een onderzoek of interventie te starten.
5.12
Wanneer de Raad geen aanleiding ziet voor een onderzoek of interventie, maar op grond van de UHA rapportage direct een advies kan geven, stelt de rechtbank de ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich over dit advies, alsmede over het verdere procesverloop uit te laten.
5.13
Wanneer de Raad een onderzoek wel noodzakelijk vindt, dan verzoekt de rechtbank de Raad dit onderzoek te verrichten en daarover bij de rechtbank een rapport en advies in te dienen ter beantwoording van de volgende vragen:
- Past een verandering van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders bij de belangen van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] ?
- Hoe moet die regeling eruit gaan zien (aard, duur en frequentie)?
5.14
Deze beschikking is een verzoek aan de Raad om dit onderzoek te verrichten, indien het traject niet is gestart of niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
5.15
Na een onderzoek of interventie van de Raad stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid op de rapportage van de Raad te reageren en zich uit te laten over het verdere procesverloop.
5.16
De rechtbank verzoekt de vrouw bij het aanhangig maken van de procedure tot wijziging van de zorgregeling op het verplicht bij te voegen F1-formulier melding te maken van de verwijzing van ouders naar een (jeugd)hulpverleningstraject in het kader van UHA door middel van vermelding
Verwijzing UHA in de procedure met zaaknummer C/02/442044 / FA RK 25-5935.
5.17
De ouders zijn tijdens de mondelinge behandeling geïnformeerd over de privacy aspecten van de doorverwijzing. Zij hebben met het delen van de privacy gegevens en de voorwaarden waaronder de verwijzing plaatsvindt ingestemd.
5.18
Nu in onderhavige procedure een eindbeslissing wordt genomen op het verzoek van de vrouw en de terugkoppeling van het verloop en de resultaten van het UHA-traject zullen worden ingebracht in de nog aanhangig te maken procedure door de vrouw, betreft dit in deze procedure een eindbeschikking.
5.19
Omdat partijen ex-echtgenoten van elkaar zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1
verleent de vrouw -ter vervanging van de toestemming van de man- toestemming om [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2015, in te schrijven op de [stichting] te [plaats 1] aan [adres 1] en op het [school] te [plaats 1] aan [adres 2] ;
6.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3
verwijst ouders en hun minderjarige kinderen voor een (jeugd)hulptraject ten behoeve van de hierboven genoemde resultaten naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-Oost. Het loket zal de ouders vervolgens via de toegang van de woonplaatsgemeente van de minderjarigen verwijzen naar de zorgaanbieder;
6.4
verzoekt het loket om uiterlijk op
8 september 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is,
in de nog door de vrouw aanhangig te maken procedure tot wijziging van de zorgregeling, de rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;
6.5
verzoekt de vrouw bij het aanhangig maken van de procedure tot wijziging van de zorgregeling op het verplicht bij te voegen F1-formulier melding te maken van de verwijzing van partijen naar een (jeugd)hulpverleningstraject in het kader van UHA door middel van vermelding “
UHA in de procedure met zaaknummer C/02/442044 / FA RK 25-5935”;
6.6
verzoekt het loket, wanneer het traject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, de UHA rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad;
6.7
verzoekt de Raad binnen veertien dagen na binnenkomst van de UHA rapportage de rechtbank te informeren of hij aanleiding ziet een onderzoek of interventie te starten;
6.8
verzoekt de Raad wanneer het (jeugd)hulptraject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, dan wel als de raad daartoe zelf aanleiding ziet, ten behoeve van de nog aanhangig te maken procedure tot wijziging van de zorgregeling onderzoek in te stellen ter beantwoording van de onder 5.13 opgenomen vragen en daarover te rapporteren en te adviseren;
6.9
verzoekt de Raad zijn rapport en advies binnen vier maanden nadat de Raad de rechtbank heeft laten weten dat een onderzoek of interventie zal worden verricht bij de rechtbank in te dienen;
6.1
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 in aanwezigheid van Van Diepen, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.